Brugge, brugklas en bruggetje: één woord, veel toepassingen

Een brug is een bouwwerk dat twee oevers of wegen verbindt. Het woord leeft ook voort in de brugklas en de plaatsnaam Brugge.

Een brug verbindt twee punten die door water, een dal of een weg worden gescheiden. De stad Brugge dankt haar naam aan een oud woord voor aanlegsteiger of kade, niet aan de bruggen waar toeristen op letten. Dat past bij een taal waarin *brug* vaak figuurlijk wordt gebruikt voor verbinding.

Vormen van het woord

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde brugDe brug is open.
Meervoudde bruggenDuizend bruggen in de stad.
Verkleinwoordhet bruggetjeEen bruggetje over de sloot.
SamenstellingbrugklasDe eerste klas van de middelbare school.
SamenstellinghangbrugEen hangbrug over de kloof.

Zo gebruik je het in een zin

Brug en Brugge

Wat is een brugklas?

De eerste klas van het voortgezet onderwijs in Nederland, waar leerlingen zich nog niet op één schoolniveau hoeven vast te leggen.

Waarom heet Brugge zo?

Volgens de gangbare uitleg komt de naam van een oud woord voor kade of aanlegsteiger.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters