Brugge, brugklas en bruggetje: één woord, veel toepassingen
Een brug is een bouwwerk dat twee oevers of wegen verbindt. Het woord leeft ook voort in de brugklas en de plaatsnaam Brugge.
Een brug verbindt twee punten die door water, een dal of een weg worden gescheiden. De stad Brugge dankt haar naam aan een oud woord voor aanlegsteiger of kade, niet aan de bruggen waar toeristen op letten. Dat past bij een taal waarin *brug* vaak figuurlijk wordt gebruikt voor verbinding.
- Bouwwerk over water of weg. *De brug over de rivier was afgesloten.*
- Overgang of verbinding. *Ze bouwde een brug tussen beide partijen.*
- Brugklas. *Mijn zoon zit in de brugklas.*
- Tandbrug. *De tandarts plaatste een brug.*
Vormen van het woord
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de brug | De brug is open. |
| Meervoud | de bruggen | Duizend bruggen in de stad. |
| Verkleinwoord | het bruggetje | Een bruggetje over de sloot. |
| Samenstelling | brugklas | De eerste klas van de middelbare school. |
| Samenstelling | hangbrug | Een hangbrug over de kloof. |
Zo gebruik je het in een zin
- Je moet over de brug komen met het geld.Zegswijze: betalen of meewerken.
- Wij gaan over de brug naar de overkant.Letterlijk gebruik.
- Het congres bouwde een brug tussen wetenschap en praktijk.Figuurlijk: verbinden.
Brug en Brugge
- *Over de brug komen*: eindelijk betalen, of zijn aandeel leveren.
- *Brugklas*: eerste klas van het voortgezet onderwijs in Nederland, waar leerlingen nog niet definitief een niveau hebben.
- *Brugge* is waarschijnlijk afgeleid van het Oudnoordse *bryggja*, aanlegsteiger, volgens de gangbare uitleg.
- Een brug heeft vaak een boog die het gewicht verdeelt.
Wat is een brugklas?
De eerste klas van het voortgezet onderwijs in Nederland, waar leerlingen zich nog niet op één schoolniveau hoeven vast te leggen.
Waarom heet Brugge zo?
Volgens de gangbare uitleg komt de naam van een oud woord voor kade of aanlegsteiger.