Bon: een bon, een bonnetje en een bon van de politie

Een bon is een stuk papier dat recht geeft op iets of dat bewijst dat je iets betaald hebt; ook een bekeuring heet in spreektaal een bon.

Een bon is een klein papiertje met veel macht. Het kan een cadeau zijn, een bewijs van betaling of een flinke boete. De drie betekenissen horen bij dezelfde Franse wortel.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde bonDe bon is verlopen.
MeervoudbonnenDrie bonnen.
VerkleinwoordbonnetjeHet bonnetje, de kassabon.
Samenstellingcadeaubon, bonboekjeEen boekje met bonnen.

Bon in een zin

Herkomst

Het woord komt uit het Frans, waar *bon* 'goed' betekent. Een bon was oorspronkelijk een papier dat 'goed was voor' een bepaald bedrag of een bepaalde dienst. Daarom is het verwant aan bonus. Een bon als boete is in Nederland een alledaags woord; in Vlaanderen zegt men sneller *boete* of *pv*. Pas op: de bon (papier) is niet de *boon*, een peul, al klinken ze bijna hetzelfde. Over een boete lees je meer bij boete. In winkels vraag je om de bon als je iets wilt ruilen, en met een waardebon betaal je soms een deel van een aankoop. De kassabon is het bewijs dat je het artikel echt hebt gekocht.

Wat is het meervoud van bon?

Bonnen, met dubbele n.

Is bon hetzelfde als boon?

Nee. Een boon is een peulvrucht, een bon is een papier.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters