Bluffen: doen alsof je meer hebt dan je hebt

Bluffen is anderen laten geloven dat je sterker, rijker of beter bent dan je werkelijk bent, bijvoorbeeld bij een spel zoals poker.

Wie bluffen wil, speelt een psychologisch spel. Een goede bluffer overtuigt de ander met zelfvertrouwen, niet met kaarten. Het woord hoort bij kaartspelen, maar ook bij onderhandelingen en sollicitaties.

Vervoeging

VormTekstOpmerking
infinitiefbluffenhulpwerkwoord: hebben
tegenwoordige tijdhij bluftstam: bluf
verleden tijdbluffdezwak werkwoord
voltooid deelwoordgebluftmet -t
zelfstandig nw.bluffer, blufpersoon, het gedrag

Zo gebruik je het

Een woord dat de wereld rondging

Het Engelse *bluff* komt waarschijnlijk uit het Nederlands, waar *bluffen* ooit 'opscheppen' betekende. Het kwam via de Amerikaanse pokertaal in de negentiende eeuw terug naar Europa. Tegenwoordig zeggen Nederlanders en Vlamingen *bluffen* zonder het als leenwoord te voelen. Het zelfstandig naamwoord bluf beschrijft het gedrag zelf, en wie graag gokken doet, kent de term vooral van de pokertafel.

Hoe vervoeg je bluffen?

Hij bluft, hij bluffde, hij heeft gebluft.

Is bluffen leugens vertellen?

Het ligt dicht bij liegen, maar bluffen heeft vaak een strategisch spelkarakter.

Wat is het verschil tussen bluffen en opscheppen?

Bluffen is gericht op misleiding, opscheppen op indruk maken.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters