Bluffen: doen alsof je meer hebt dan je hebt
Bluffen is anderen laten geloven dat je sterker, rijker of beter bent dan je werkelijk bent, bijvoorbeeld bij een spel zoals poker.
Wie bluffen wil, speelt een psychologisch spel. Een goede bluffer overtuigt de ander met zelfvertrouwen, niet met kaarten. Het woord hoort bij kaartspelen, maar ook bij onderhandelingen en sollicitaties.
- Misleiden met schijnzekerheid. *Hij bluft maar wat.*
- Pochen of opscheppen. *Hij bluft over zijn nieuwe auto.*
- Poker, een slechte hand als sterk laten lijken. *Ze bluft met een paar tweeën.*
Vervoeging
| Vorm | Tekst | Opmerking |
|---|---|---|
| infinitief | bluffen | hulpwerkwoord: hebben |
| tegenwoordige tijd | hij bluft | stam: bluf |
| verleden tijd | bluffde | zwak werkwoord |
| voltooid deelwoord | gebluft | met -t |
| zelfstandig nw. | bluffer, bluf | persoon, het gedrag |
Zo gebruik je het
- Je bluft toch niet, hè?Informeel, vraag naar oprechtheid.
- Hij bluffde zich door het gesprek heen.Figuurlijk, zonder echte kennis.
- Dat is pure bluf!De zelfstandig naamwoordvorm.
Een woord dat de wereld rondging
Het Engelse *bluff* komt waarschijnlijk uit het Nederlands, waar *bluffen* ooit 'opscheppen' betekende. Het kwam via de Amerikaanse pokertaal in de negentiende eeuw terug naar Europa. Tegenwoordig zeggen Nederlanders en Vlamingen *bluffen* zonder het als leenwoord te voelen. Het zelfstandig naamwoord bluf beschrijft het gedrag zelf, en wie graag gokken doet, kent de term vooral van de pokertafel.
Hoe vervoeg je bluffen?
Hij bluft, hij bluffde, hij heeft gebluft.
Is bluffen leugens vertellen?
Het ligt dicht bij liegen, maar bluffen heeft vaak een strategisch spelkarakter.
Wat is het verschil tussen bluffen en opscheppen?
Bluffen is gericht op misleiding, opscheppen op indruk maken.