Bevel: een opdracht die je moet opvolgen

Een bevel is een dwingende opdracht van iemand met gezag. Het bijbehorende werkwoord is bevelen: iemand iets opdragen.

Een bevel is een opdracht die je moet uitvoeren. Het is geen verzoek en geen advies: wie een bevel geeft, heeft het gezag om gehoorzaamheid te eisen. Je vindt het woord in leger, politie en rechtspraak, maar ook in alledaagse zinnen over bevelen van de leraar of van de baas.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordhet bevelHet bevel is duidelijk.
MeervoudbevelenDe bevelen worden opgevolgd.
BijvoeglijkbevelendOp bevelende toon.
Werkwoordbevelen, beval, bevolenDe generaal beval de aftocht.
SamenstellingbevelhebberDe bevelhebber voerde het woord.

Zo gebruik je het

Verwante woorden

Een bevel is strenger dan een verzoek en dwingender dan een order, dat in de handel een bestelling kan zijn. Het werkwoord *bevelen* is onregelmatig: ik beveel, ik beval, ik heb bevolen. Het gezag dat achter een bevel zit, noemen we ook gezag.

Wat is het verschil tussen bevel en order?

Een bevel komt uit een gezagsverhouding, een order kan ook een bestelling zijn. In het leger overlappen ze.

Is bevel hetzelfde als gebod?

Niet helemaal. Een gebod is vaak een morele of religieuze regel, een bevel een concrete opdracht.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters