Baal: een bundel hooi en een flinke dosis frustratie

Een baal is een samengebonden pak hooi, katoen of papier. In spreektaal is baal hebben van iets ook 'er genoeg van hebben'.

Een baal is een stevig samengebonden pak, bijvoorbeeld van hooi. Wie 'baal hebt van iets', is er niet blij mee: de ergernis zit zwaar op je schouders, als een baal hooi op een wagen. Beide betekenissen delen alleen de klank, want het gebruik van *balen* in de zin van 'teleurgesteld zijn' is een volkstaaltwist.

Vormen van baal

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde baalDe baal is zwaar.
MeervoudbalenTwee balen katoen.
VerkleinwoordbaaltjeEen baaltje hooi.
WerkwoordbalenIk baal.
Voltooid deelwoordgebaaldHij heeft gebaald.

Baal in zinnen

Balen: ergernis in de spreektaal

Het gebruik van balen als 'teleurgesteld of boos zijn' is relatief jong en hoort tot de spreektaal van de afgelopen decennia. Het wordt vaak versterkt: *balen als een stekker*. Voor een iets neutralere formulering gebruik je 'teleurgesteld zijn' of boos zijn. Verwar de baal niet met *bal* of *bol*: die hebben een kortere klinker. Meervoud *balen* en werkwoord *balen* schrijf je gelijk: *balen* kan dus 'pakken' of 'teleurgesteld zijn' betekenen, afhankelijk van de zin. De godheid Baäl, met trema, heeft er niets mee te maken.

Is balen een officieel woord?

Het staat in de woordenboeken, maar het hoort bij informeel taalgebruik. In formele teksten past het niet.

Wat is het verschil tussen baal en bal?

Baal heeft een lange a (twee a's), bal een korte. De betekenissen zijn volstrekt verschillend.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters