Paar of paren? Over een stel dat bij elkaar hoort
Een paar is een stel van twee dingen of personen die bij elkaar horen. Met 'een paar' bedoel je ook een klein aantal, ongeveer twee of drie.
Het woord paar heeft twee gezichten die elkaar bijna in de weg zitten. Een paar schoenen zijn er precies twee, maar een paar dagen kunnen er drie of vijf zijn. In beide gevallen schrijf je het los en met een kleine letter.
- Twee dingen die bij elkaar horen. *Een paar sokken.*
- Twee mensen met een relatie. *Het bruidspaar poseert voor de kerk.*
- Een klein, onbepaald aantal. *Ik wacht nog een paar minuten.*
- Twee dieren die samen jongen krijgen. *Het paar ooievaars broedt op het dak.*
Vormen
| Vorm | Woord | Toelichting |
|---|---|---|
| Enkelvoud | het paar | Lidwoord is het. |
| Meervoud | paren | Ook: de paren. |
| Verkleinwoord | paartje | Een verliefd paartje. |
| Werkwoord | paren | Dieren paren in het voorjaar. |
| Onbepaald telwoord | een paar | Altijd los geschreven. |
Voorbeeldzinnen
- Dat is een mooi paar schoenen.Hier gaat het om twee stuks, en het werkwoord blijft in het enkelvoud.
- Ik heb nog een paar vragen.Onbepaald aantal; het werkwoord volgt het meervoud: *Er zijn een paar vragen*.
- Het jonge paar verhuisde naar Gent.Gewoon in Nederland en Vlaanderen; een stel is in Vlaanderen soms ook een koppel.
Een paar of een koppel?
- Een paar gebruik je voor twee dingen of voor een klein aantal, en altijd los: *een paar uur*.
- Een stel is bijna een synoniem en kan ook uit meer dan twee delen bestaan, zoals een stel sleutels.
- Een koppel wijst op mensen of dieren die samen optrekken.
- Schrijf nooit *een paartje dagen*: dat verkleinwoord hoort bij verliefde mensen, niet bij tijdsaanduidingen.
Schrijf je een paar aan elkaar?
Nee. Je schrijft het gewoon los: een paar dagen, een paar keer.
Wat is het meervoud van paar?
Paren. In de zin *een paar boeken* is paar echter geen echt meervoud.