Aandeel: een stuk van het geheel, of een stukje van een bedrijf
Een aandeel is een deel van een geheel, bijvoorbeeld iemands bijdrage. In de beurs is het een bewijs dat je eigenaar bent van een stukje van een bedrijf.
Een aandeel is een afgebakend deel van iets groters. Het woord werkt op twee niveaus: in het dagelijks leven is het je bijdrage, op de beurs een papiertje dat eigendom bewijst. Wie aandelen heeft, is dus mede-eigenaar van een bedrijf.
- Deel van een geheel. *Zijn aandeel in het werk was groot.*
- Beursaandeel. *Hij kocht aandelen in een technologiebedrijf.*
- Aandeel in de markt. *Het bedrijf heeft een groot marktaandeel.*
Vormen en samenstellingen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het aandeel | Een het-woord |
| Meervoud | aandelen | Met -en |
| Verkleinwoord | aandeeltje | Klein deel |
| Samenstelling | aandeelhouder | Bezitter van aandelen |
| Samenstelling | marktaandeel | Deel van de markt |
Aandeel in een zin
- Zij heeft een groot aandeel in het succes.Figuurlijk, bijdrage.
- De aandelen stegen na het nieuws.Beurstaal.
- Hij verkocht zijn aandeel in het bedrijf.Zakelijke taal.
Aandeel, winst en beurs
Wie een aandeel koopt, krijgt recht op een deel van de winst en op stemmen op de aandeelhoudersvergadering. Een aandeel is geen lening: een aandeelhouder is mede-eigenaar, een obligatiehouder is schuldeiser. De beurs is de plek waar aandelen verhandeld worden. Wie veel bezit heeft, kan zijn aandelen spreiden om risico's te beperken.
Wat is het verschil tussen aandeel en obligatie?
Een aandeel geeft eigendom; een obligatie is een lening aan een bedrijf of overheid.
Wat is een marktaandeel?
Het percentage van een markt dat een bedrijf in handen heeft.
Hoe schrijf je aandeelhouder?
Aan elkaar, zonder streepje: aandeelhouder en aandeelhoudersvergadering. Het meervoud van aandeel is aandelen, dus ook aandelenmarkt.