Weefsel: draden of cellen aan elkaar geknoopt

Een weefsel is een geheel van verweven draden, zoals stof, maar ook een samenhangende groep cellen in een lichaam. Figuurlijk is het een kluwen of netwerk.

Een weefsel ontstaat wanneer iets door elkaar wordt gevlochten. Bij een kleed zijn dat draden, in het lichaam zijn het cellen die samen een taak uitvoeren. Zelfs verhalen en leugens kunnen een weefsel zijn.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordhet weefselHet weefsel scheurde.
MeervoudweefselsDe weefsels zijn beschadigd.
VerkleinwoordweefseltjeEen weefseltje van zijde.
Werkwoordwevenweef, weefde, geweven
Samenstellingbindweefsel, spierweefselBindweefsel verbindt organen.

Voorbeeldzinnen

Weefsel in lichaam en taal

In de biologie is weefsel een groep gelijkaardige cellen met een gemeenschappelijke taak: spierweefsel, zenuwweefsel, bindweefsel. Het woord is hetzelfde als bij kleding, omdat een weefsel gewoon iets is wat tot een samenhangend geheel is geweven. In beide betekenissen gaat het om iets wat uit kleine eenheden is opgebouwd. De uitdrukking *een weefsel van leugens* maakt dat beeld figuurlijk: elke leugen is een draad die aan de volgende vastzit. Het werkwoord *weven* heeft een sterke vervoeging: *ik weef, ik weefde, ik heb geweven*. Een weefsel kan ook littekenweefsel zijn.

Is weefsel altijd een stof?

Nee. In biologie is het een groep cellen, in het dagelijks leven vaak een geweven stof.

Wat is bindweefsel?

Weefsel dat andere weefsels en organen met elkaar verbindt en ondersteunt, zoals pezen en kraakbeen.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters