Een bad of een douche? Woordenboek bij bad
Een bad is een kuip of bak om je in te wassen of te ontspannen, maar ook een zwembad of de handeling zelf. Het Engelse 'bad' betekent slecht.
Het bad is voor veel mensen de plek waar de dag eindigt. Het woord ziet er Engels uit, maar het betekent het tegenovergestelde van wat Engelsen met 'bad' bedoelen: iets prettigs. Dat maakt het een klassieke valse vriend.
- Kuip om in te wassen. *Ik laat een bad vollopen.*
- Handeling. *Een bad nemen na het sporten.*
- Zwembad of badwater. *Het gemeentelijk bad is deze zomer open.*
Vormen en samenstellingen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het bad | Altijd een het-woord. |
| Meervoud | baden | Valt samen met het werkwoord baden. |
| Verkleinwoord | badje | Een badje voor de baby. |
| Samenstelling | badkamer, badpak, badplaats | Veel in vakantietaal. |
Bad in een zin
- Hij nam een lang, warm bad.Standaardzin; in Vlaanderen zegt men hetzelfde.
- De kinderen speelden in het kleine bad.Hier het opblaasbadje in de tuin.
- Zij gaat in bad.Vaste verbinding zonder lidwoord.
Het kind met het badwater
In de uitdrukking het kind met het badwater weggooien gooi je iets waardevols weg bij het wegdoen van iets slechts. Het Engelse *bad* heeft daar niets mee te maken. Het Nederlandse woord hoort bij het werkwoord *baden*, met de verleden tijd *baadde* en het voltooid deelwoord *gebaad*. Als alternatief voor het bad kun je ook een douche nemen; wie naar zee gaat draagt vaak een badpak.
Wat is het meervoud van bad?
Baden. Het werkwoord baden klinkt hetzelfde.
Zeg je 'een bad nemen' of 'een bad doen'?
Alleen 'een bad nemen' of 'in bad gaan'.