Wild: onbeheerst, wild dier of vlees van de jacht
Wild beschrijft iets onbeheerst of ongetemd en is tevens het zelfstandig naamwoord voor dieren die gejaagd worden en het vlees daarvan.
Wild beschrijft wat niet getemd of niet beheerst is. Als zelfstandig naamwoord gaat het om dieren die in het bos leven en gejaagd worden, en om het vlees daarvan op tafel. Het woord strekt zich zo uit van de natuur tot de keuken en de uitgaansavond.
- Ongetemd, niet gekweekt (bijvoeglijk). *Wilde bloemen.*
- Woest of uitbundig (bijvoeglijk). *Een wild feest.*
- Jachtwild en vlees (het wild). *Hert en everzwijn zijn wild.*
- Verwant: jacht. Jacht is de bezigheid, wild het resultaat.
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Bijvoeglijk | wild, wilde | Een wilde kat. |
| Vergrotende trap | wilder | Wilder dan ooit. |
| Overtreffende trap | wildst | Het wildst. |
| Zelfstandig | het wild | Het wild is geschoten. |
| Samenstelling | wildplassen, wildzwijn | Wild zwijn. |
Voorbeeldzinnen
- Het is niet toegestaan hier te wildkamperen.Verbod; samenstelling met wild.
- Op het menu staat wild met bosbessen.Keuken; kan hert, ree of wild zwijn zijn.
- Hij is wild van haar nieuwe plan.Informeel: enthousiast.
Uitdrukkingen
- In het wild: in de natuur, niet in gevangenschap.
- Wilde haren hebben: onstuimig en eigenzinnig zijn.
- Wildgroei: ongeremde, ongecontroleerde groei, bijvoorbeeld van bouwprojecten of regels.
- Wildplassen: plassen op een plek waar het niet mag; een gemeentelijke boete.
- In het wilde weg: zonder plan, op goed geluk.
- Het wilde Westen: onbeheerst gebied.
- Wild zijn van iets: er erg gek op zijn.
Is wild hetzelfde als woest?
Niet altijd. Wild gaat over het ongetemde; woest benadrukt hevige woede of heftigheid. Een wilde bloem is niet woest.
Is wild een de- of het-woord?
Als zelfstandig naamwoord is het 'het wild'. Bijvoeglijk heeft het geen lidwoord.