De voorste rij: zo gebruik je voorste
Voorste is een bijvoeglijk naamwoord voor wat het dichtst bij de voorkant of het begin is, zoals de voorste rij. Het is de verbogen vorm van voorst.
Het woord voorste hoort bij alles wat vooraan staat. Je gebruikt het bijna altijd vóór een zelfstandig naamwoord: de voorste rij, het voorste deel. Zonder zelfstandig naamwoord kan het ook staan als *het voorste*.
- Het dichtst bij de voorkant. *De voorste rij zat vol.*
- Als zelfstandig naamwoord. *Het voorste van de wagen is beschadigd.*
- Bovenaan of eerst. *Zij stond in de voorste gelederen van de actie.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Basis | voor | Het voorwiel. |
| Bijvoeglijk | voorste | De voorste rij. |
| Zelfstandig | het voorste | Het voorste is stuk. |
| Tegengestelde | achterste | De achterste rij. |
| Samenstelling | voorpoot | De voorpoot van het paard. |
Voorbeeldzinnen
- Ik zat in de voorste rij van de bioscoop.Neutraal; de meest gebruikelijke toepassing.
- Zij werkt aan het voorste deel van het schip.Technisch; ook in de scheepvaart.
- De voorste poten van het paard waren gewond.Dierkunde; voorpoten kan ook.
Voorste en achterste
Het woord voorste hoort bij het voorzetsel en bijwoord *voor* en wordt vrijwel alleen vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt. Het tegengestelde is *achterste*. Dat is ook een zelfstandig naamwoord: *het achterste* is in de volkstaal het zitvlak, zoals in *hij viel op zijn achterste*. Aan de kop van een rij staat de voorste persoon, en wie rondom iets kijkt, ziet ook de zijkant. Let op de spelling: voorste schrijf je aaneen, net als achterste en middelste.
Is voorste een eigen woord of een vorm van voor?
Het is een bijvoeglijk naamwoord, afgeleid van voor, met de uitgang -ste.
Wat is het tegenovergestelde van voorste?
Achterste, zoals in de achterste rij.