Gelovig: iemand die gelooft

Gelovig betekent dat je gelooft in een god of in een religie. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat ook als zelfstandig naamwoord kan dienen: de gelovige.

Gelovig beschrijft iemand die gelooft. Meestal gaat het om religie, maar in samenstellingen als lichtgelovig verschuift de betekenis naar snel iets aannemen. Als zelfstandig naamwoord wordt het *de gelovige*: de persoon die tot een geloofsgemeenschap behoort.

Verbuiging en trappen

VormWoordVoorbeeld
Stellende trapgelovigHij is gelovig.
Verbogen vormgelovigeEen gelovige man.
Vergrotende trapgelovigerZij is geloviger dan haar broer.
Overtreffende trapgelovigstDe gelovigste van het dorp.
Zelfstandigde gelovigeElke gelovige is welkom.

Voorbeelden

Gelovig, ongelovig en lichtgelovig

Het tegendeel is *ongelovig*. Daarnaast komt *gelovig* in samenstellingen voor: *lichtgelovig* (snel overtuigd), *diepgelovig* (zeer religieus) en *rechtgelovig* (trouw aan de leer). Het woord is afgeleid van *geloven*, dat al in het oudste Nederlands vertrouwen schenken betekende. Daardoor is het verwant aan gelofte, een plechtige belofte. In het dagelijks gesprek zeg je liever dat iemand gelovig is dan religieus, dat formeler klinkt. Wie het wil hebben over religie en tradities in het algemeen, spreekt over een breder gebied dan alleen persoonlijk gelovig zijn.

Hoe schrijf ik de vergrotende trap?

Geloviger, met -er: zij is geloviger dan haar broer. Voor een bijvoeglijke vorm voeg je een e toe: een gelovigere vrouw.

Is gelovig hetzelfde als religieus?

Bijna. Religieus is formeler; gelovig gebruik je ook in gewone gesprekken.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters