Verven: kleur aanbrengen op muur, haar of doek
Verven is het aanbrengen van verf of kleurstof op iets, zoals een muur, een stof of je haar. Het is een zwak werkwoord met het hulpwerkwoord hebben.
Wie een kamer wil vernieuwen, begint vaak met verven. Het werkwoord verven betekent kleur aanbrengen, maar kan ook figuurlijk worden gebruikt voor het kleuren van een verhaal. Het werkwoord is regelmatig te vervoegen.
- Verf aanbrengen. *Ze verfde de muur wit.*
- Kleuren van haar of stof. *Hij liet zijn haar verven.*
- Kleur geven aan iets (figuurlijk). *Haar verhaal werd door emotie geverfd.*
Vervoeging
| Vorm | Voorbeeld | Opmerking |
|---|---|---|
| Infinitief | verven | Zwak werkwoord. |
| Tegenwoordige tijd | ik verf, hij verft | Stam: verf. |
| Verleden tijd | ik verfde, wij verfden | Met -de. |
| Voltooid deelwoord | geverfd | Hulpwerkwoord: hebben. |
Verven in een zin
- We hebben de gang gisteren geverfd.Voltooid deelwoord geverfd; hulpwerkwoord hebben.
- Ze verft haar haar elke zes weken.Kapperstaal; neutraal.
- De schilder verfde het kozijn groen.Verleden tijd 'verfde' met d.
Verven of schilderen?
Beide woorden kunnen kleur op een wand zetten. In Nederland zeg je meestal *verven* voor een muur en *schilderen* voor een kunstwerk, terwijl in Vlaanderen ook *schilderen* voor muren gangbaar is. Het werkwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord verf: wie verft, gebruikt verf. Let op de spelling: de stam verf eindigt op een f, maar de infinitief heeft een v. Omdat de v niet in 't fokschaap staat, schrijf je *verfde* en *geverfd* met een d.
Is het geverfd of geverft?
Geverfd, met een d, omdat de infinitief verven een v heeft en geen f.
Wat is het verschil tussen verfde en verfden?
Verfde is enkelvoud (ik verfde); verfden is meervoud (wij verfden).