Vangst: wat het net binnenhaalt
Een vangst is wat je vangt: vis, wild, een dief of een bal. Het woord hoort bij het werkwoord vangen en wordt vooral in de visserij en sport gebruikt.
Na een lange dag op zee komt de vangst aan wal. Een vangst is niet alleen wat er in het net zit, maar ook de handeling van het vangen zelf. Het woord wordt gebruikt voor vis, wild, een verdachte of een bal.
- Wat gevangen is. *De vissers brachten een rijke vangst binnen.*
- Het vangen zelf. *De vangst van de verdachte duurde een week.*
- Gevangen bal (sport). *Een spectaculaire vangst van de keeper.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de vangst | De-woord. |
| Meervoud | vangsten | Met -en. |
| Werkwoord | vangen | Ik vang, ik ving, ik heb gevangen. |
| Samenstellingen | visvangst, walvisvangst | Bij de visserij. |
Vangst in een zin
- De dagelijkse vangst werd direct op de markt verkocht.Visserij; vooral in havens.
- Zij zag de vangst als een grote meevaller.Figuurlijk; je haalde iets goeds binnen.
- De agent was trots op zijn eerste vangst.Politietaal; informeel.
Vangst, buit en prooi
Het woord is afgeleid van het werkwoord *vangen*, net als *komst* van *komen*. Verwante woorden zijn buit voor wat een dief of soldaat meeneemt en prooi voor wat een roofdier jaagt. Wie een vangst doet, kan een visser zijn, maar ook een jager of een keeper die een bal vangt.
Wat is het verschil tussen vangst en buit?
Een vangst is gevangen vis of wild; buit is gestolen of veroverd goed.
Wat is het meervoud van vangst?
Vangsten, met -en.