Wat is buit? De opbrengst van roof, jacht en overwinning
Buit is wat je in beslag neemt of wegneemt, zoals bij roof, oorlog of jacht. Binnenhalen en buitmaken zijn de gebruikelijke werkwoorden erbij.
Buit is wat een winnaar of rover meeneemt: spullen, geld of dieren die hij heeft buitgemaakt. Het Engelse *booty* is verwant en kwam waarschijnlijk via het Middelnederduits in het Engels terecht. Daarom lijken *buit* en *booty* zo sterk op elkaar.
- Geroofd goed. *De dieven verdeelden de buit.*
- Oorlogsbuit. *De soldaten namen de buit mee.*
- Jachtbuit. *De jager keerde terug met een rijke buit.*
- Figuurlijk, grote winst. *Met die deal haalde hij de buit binnen.*
Vormen van het woord
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de buit | De buit ligt in de kluis. |
| Samenstelling | oorlogsbuit | De oorlogsbuit werd verdeeld. |
| Werkwoord | buitmaken | De rovers maakten alles buit. |
| Verleden tijd | maakte buit | Hij maakte het schip buit. |
| Voltooid deelwoord | buitgemaakt | Het geld is buitgemaakt. |
Zo gebruik je het in een zin
- De rovers verdeelden de buit onder elkaar.Verhalend en klassiek.
- Na de overval verstopten zij de buit.Neutrale beschrijving, vaak in krantentaal.
- De jager nam de buit mee naar huis.*Buit* voor dieren die hij gevangen heeft.
Buit, prooi en roof
- *Prooi* is een dier dat wordt gevangen, *buit* het hele resultaat van een aanval of jacht.
- *Dief* is degene die steelt; *buit* is het gestolen goed.
- *Buit* is meestal enkelvoud en verzamelt meerdere voorwerpen: *de buit* is dus alles bij elkaar.
- *Op buit uit zijn*: erop uit zijn om iets te bemachtigen.
Is buit hetzelfde als prooi?
Nee. Een prooi is een gevangen dier of persoon, buit is het hele resultaat of het geroofde goed.
Hoe schrijf je buitmaken?
Als één woord: *buitmaken*, *maakte buit*, *buitgemaakt*.