Plaats: een plek, een zitplaats of een dorp

Plaats heeft meerdere betekenissen: een bepaalde plek, een zitplaats, een woonplaats of een rangorde. Als werkwoord betekent plaatsen 'neerzetten'.

Het woord plaats is een alleskunner. Het is een plek, een stoel in de trein, een stad of dorp, en zelfs je rang in een wedstrijd. Dat het zoveel kan, komt door de herkomst: het Latijnse *platea*, 'brede straat'. Daaruit kwamen ook *plein* en *plaza*. Een plek is verwant maar informeler. Wie een stad of dorp bedoelt, kan ook plaats zeggen, zoals in *woonplaats*.

Vormen

EigenschapVormVoorbeeld
Lidwoorddede plaats
Meervoudplaatsenmooie plaatsen
Verkleinwoordplaatsjeeen gezellig plaatsje
Werkwoordplaatsenhij plaatst de stoel
Samenstellingwoonplaatsje woonplaats

Plaats in zinnen

Plaats, plaats of plaatst? De d/t-valkuil

Let op de werkwoordsvormen. Ik plaats, jij plaatst, hij plaatst met een t in de derde persoon. Het zelfstandig naamwoord is *plaats* zonder t. In het verleden: *ik plaatste*. Bij een voltooid deelwoord met ge-: *geplaatst*. Verder schrijf je in plaats van los, maar plaatsvinden (gebeuren) en plaatsnemen (gaan zitten) zijn werkwoorden die je aan elkaar schrijft.

Is het in plaats van of inplaats van?

In plaats van schrijf je los, in drie woorden. Het werkwoord plaatsvinden schrijf je als één woord: het feest vindt plaats, het is gepland om plaats te vinden.

Wat is het meervoud van plaats?

Plaatsen. Het verkleinwoord is plaatsje.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters