Wat betekent vak? Van schoolvak tot vakmanschap

Een vak is een schoolvak, een beroep of ambacht, of een afgebakend deel van een kast, ruimte of formulier. Het woord is onzijdig: het vak, de vakken.

Het woord vak duikt op drie plekken op: op school, op het werk en in de kast. Wie zegt dat iets 'een vak apart' is, bedoelt dat het kunde vraagt die niet iedereen heeft. Het woord is kort, maar de afleidingen zijn talrijk, van vakbond tot vakkenvuller.

Vormen van het woord

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordhet vakHet vak is moeilijk.
MeervoudvakkenZe volgt zes vakken.
VerkleinwoordvakjeVul het vakje in.
SamenstellingvakmanEen echte vakman.
SamenstellingschoolvakEen verplicht schoolvak.

Vak in zinnen

Vak en vakantie: geen familie

Het lijkt logisch dat vakantie van vak komt, maar dat klopt niet. Vakantie gaat terug op het Latijnse *vacantia*, 'het leeg zijn', en is dus een tijd zonder werk. Vak daarentegen is een oud Germaans woord voor een afgebakende ruimte, zoals het vak tussen twee balken in een vakwerkhuis. Daaruit ontstond de betekenis 'werkterrein'. Handige uitdrukkingen: *een vak apart* (iets dat speciale kunde vraagt), *zijn vak verstaan* en *het vak leren*.

Is vak de of het?

Het woord is onzijdig: het vak, een vak. Het meervoud is vakken, het verkleinwoord vakje.

Wat betekent 'een vak apart'?

Dat iets een eigen specialisme is waar je veel ervaring voor nodig hebt, zoals 'koken voor honderd man is een vak apart'.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters