Troon: de zetel van de macht

De troon is de verhoogde zetel van een vorst. Figuurlijk staat hij voor het koningschap zelf of voor de macht die erbij hoort.

De troon is een stoel, maar dan een die meer zegt dan een zitplaats. Wie op de troon zit, heerst; wie van de troon wordt gestoten, verliest alles. Het woord komt via het Latijn en het Frans uit het Griekse *thronos*, zetel. In de praktijk is een troon een plechtige zetel voor een koning, keizer of paus, en soms een symbool voor het koningschap zelf.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Zelfstandig naamwoordde trooneen versierde troon
Meervoudtronentronen in een zaal
Verkleinwoordhet troontjezelden gebruikt
Samenstellingentroonopvolger, troonredede troonrede in september
Verwant werkwoordtroonenverouderd

Zo gebruik je het

Troonrede en troonsafstand

In Nederland spreekt de koning op Prinsjesdag, de derde dinsdag van september, de *troonrede* uit, waarin het kabinet zijn plannen aankondigt. Wanneer een vorst vrijwillig aftreedt, spreek je van *troonsafstand*; dat gebeurde in 2013, toen koningin Beatrix aftrad en prins Willem-Alexander koning werd. Een *troonopvolger* is degene die de troon zal erven. Een bekende uitdrukking is *aan de troon wippen*, wat zoveel betekent als iemands positie bedreigen. Dichtbij staat het paleis, waar de troon doorgaans staat.

Wat is het verschil tussen troon en kroon?

De troon is de zetel van de vorst, de kroon het hoofddeksel dat het gezag symboliseert.

Wat gebeurt er op Prinsjesdag?

Dan houdt de koning de troonrede en worden de rijksbegroting en andere plannen aangeboden.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters