EƩn woord, twee uitgangen: deur en woordeinde
Een uitgang is de plek waar je een ruimte verlaat, of in de taalkunde het einde van een woord dat verbuiging toont.
De uitgang is de plek om te vertrekken. Daarnaast is het in de taalkunde het gedeelte aan het einde van een woord dat verbuiging toont, zoals -en in āmensenā. Zo kent het Nederlands een gewone en een grammaticale uitgang, en dat verklaart waarom woordenboeken meerdere betekenissen geven. Wie in een ingewikkelde situatie zit, zoekt soms een āuitgangā in figuurlijke zin.
- Een deur of doorgang naar buiten. *De uitgang ligt aan de straatkant.*
- Figuurlijk: een oplossing of ontsnapping. *We zoeken nog een uitgang uit dit dilemma.*
- Een taalkundige uitgang. *De uitgang -en maakt van āboekā het meervoud.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de uitgang | De uitgang is rechts. |
| Meervoud | uitgangen | Er zijn twee uitgangen. |
| Tegenstelling | ingang | Ingang aan de voorzijde. |
| Samenstelling | nooduitgang | Nooduitgang vrijhouden. |
| Samenstelling | uitgangspunt | Zijn uitgangspunt is eerlijkheid. |
Zo gebruik je het in een zin
- De nooduitgang moet vrij blijven.Veelzeggend bordje.
- Het meervoud krijgt de uitgang -en.Taalkundig gebruik; de uitgang van āboekenā is -en.
- Er is geen uitgang uit deze impasse.Figuurlijk, enigszins literair.
Uitgang, ingang en uitgangspunt
Het tegenovergestelde van uitgang is de ingang, terwijl toegang vooral het recht aanduidt om binnen te komen. Een uitgangspunt is geen plek, maar een beginpunt van een redenering: wie āuitgaat vanā een idee, gebruikt dat als basis.
Is uitgang hetzelfde als uitgaan?
Nee. Uitgang is een zelfstandig naamwoord, uitgaan een werkwoord met een eigen betekenis, zoals āeen avondje uitgaanā of āuitgaan vanā.
Wat is een uitgangspunt?
Een principe of startpunt waarop je een redenering of plan baseert.