Beslag: van pannenkoeken tot rechtszaal
Beslag is een dik vloeibaar mengsel van meel en vloeistof, het in beslag nemen van goederen door de overheid, of metalen versiering aan een deur of kist.
Beslag is een woord met drie heel verschillende gezichten. In de keuken is het beslag het mengsel waarvan je pannenkoeken bakt, in het recht betekent het dat goederen worden afgepakt, en in de bouw is het metalen versiering of stevig werk op deuren en kisten. Het mengsel van deeg is er een verwante keukenterm.
- Beslag voor bakken. *Het beslag moet een half uur rusten.*
- In beslag nemen. *De politie nam de auto in beslag.*
- Metalen beslag. *Het deurbeslag was van messing.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het beslag | onzijdig |
| Meervoud | beslagen | valt samen met het deelwoord |
| Werkwoord | beslaan | beslaat, besloeg, beslagen |
| Bijvoeglijk | beslagen | ook: een beslagen ruit |
| Samenstelling | beslaglegging, pannenkoekenbeslag | ook deurbeslag |
Zo gebruik je het
- Roer het beslag tot het glad is.Kookboektaal.
- De gerechtsdeurwaarder legde beslag op de bankrekening.Juridisch en formeel.
- Mijn bril is beslagen door de damp.Hier is beslagen het deelwoord van beslaan.
Beslag en beslaan
Het werkwoord beslaan is vervoegd: de ruit beslaat, besloeg, is beslagen. Het heeft ook de betekenis van een ruimte innemen: dat plan beslaat vijf pagina's. Daarom kun je zeggen dat iets veel tijd in beslag neemt. In het juridische gebruik leg je beslag op bezittingen, bijvoorbeeld bij een schuld. In de keuken heeft beslag dan weer niets met de rechter te maken, maar met meel, eieren en melk. Zo zie je dat dezelfde klank twee werelden omvat.
Wat betekent in beslag nemen?
Dat de overheid of een instantie iets wettelijk afpakt of aanhoudt.
Hoe spel je het deelwoord van beslaan?
Beslagen: de stam beslag, plus -en omdat het een sterk werkwoord is (beslaan, besloeg, beslagen).