Hoe gebruik je steun en steunen goed? Van hulp tot kreunen
Steun is hulp, ondersteuning of een voorwerp waar je op kunt leunen. Het werkwoord steunen betekent ondersteunen, maar ook kreunen.
Steun is wat je overeind houdt, letterlijk of figuurlijk. Een steun kan een paal onder een balk zijn, maar ook de hulp van een vriend: in beide gevallen voorkomt hij dat iets omvalt. Het woord is breed bruikbaar.
- Hulp of bijstand. *Ze kreeg steun van haar familie.*
- Voorwerp dat draagt. *De steun van de plank brak.*
- Geld van de overheid. *Hij vraagt steun aan.*
- Werkwoord steunen. *Ik steun je in je keuze.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de steun | een de-woord |
| Meervoud | steunen | ook infinitief |
| Werkwoord | steunen | steunde, gesteund |
| Samenstelling | steunpilaar | betrouwbaar persoon of kolom |
| Samenstelling | steunkous | kous tegen vermoeide benen |
Voorbeelden in een zin
- Dank voor je steun in deze moeilijke tijd.Warm en persoonlijk.
- Hij zocht steun bij de muur.Letterlijk: leunen.
- De regering steunt het plan.Formeel: een mening of plan ondersteunen.
Steun, hulp en een stok
Het woord steun ligt dicht bij hulp, maar heeft een meer lichamelijke bijklank. Een wandelaar met een stok heeft steun, iemand die zijn vriend helpt, geeft hulp. De uitdrukking steun en toeverlaat betekent een betrouwbare helper. Het werkwoord steunen kent nog een tweede betekenis: *steunen en kreunen* is zuchtend iets zwaars verdragen. Je ziet dat vooral in geschreven taal.
Is steunen hetzelfde als kreunen?
In sommige uitdrukkingen wel. Steunen kan ook zuchtend zeggen of doen, vaak in samenhang met kreunen.
Wat is een steuntrekker?
Informeel: iemand die een uitkering krijgt.
Welke samenstellingen met steun zijn er?
Veelgebruikt zijn steunpilaar, steunkous, steunpunt en steunbetuiging. In al deze woorden draait het om houvast of hulp, lichamelijk of figuurlijk.