Stank voor dank: het woord voor een weerzinwekkende geur
Stank is een sterke, onaangename geur. Het woord is ook de oude verleden tijd van stinken, al zeg je tegenwoordig stonk.
Stank is een geur die je liever niet ruikt. Het spreekwoord ‘stank voor dank’ beschrijft wat je krijgt als je iets goeds doet en slecht wordt behandeld. Het woord is dus even gevoelig als de geur zelf.
- Onaangename geur. *De stank van rotte vis hing in de gang.*
- Figuurlijk: ondank. *Stank voor dank krijgen.*
- Figuurlijk: iets verdachts. *Er hing een stank van corruptie om het project.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de stank | een de-woord |
| Meervoud | stanken | zeldzaam |
| Werkwoord | stinken | stonk, gestonken |
| Bijvoeglijk naamwoord | stinkend | stinkende vis |
| Samenstelling | stankoverlast | hinder door een geur |
Voorbeelden in een zin
- De stank uit de riolering was niet te harden.Gewone, neutrale beschrijving.
- Voor al zijn hulp kreeg hij stank voor dank.Spreekwoord; spreektaal en schrijftaal.
- Het stonk in de keuken.Verleden tijd van stinken is stonk; stank is het zelfstandig naamwoord.
Stank, geur en lucht
Een geur kan lekker zijn, een stank nooit. De lucht is het neutrale woord voor wat je ruikt; je zegt dat er een vieze lucht hangt, maar nooit een lekkere stank. Bij het werkwoord stinken gaat het om vorm: *het stinkt*, *het stonk*, *het heeft gestonken*. Een vuilnisbak kan stinken, maar een fabriek die veel rook uitstoot, kan overlast geven. In officiële taal spreekt men dan van stankoverlast, en gemeenten hebben daarvoor meldpunten.
Is stank hetzelfde als geur?
Nee. Stank is altijd negatief; geur is neutraal of positief.
Wat is de verleden tijd van stinken?
Stonk. Het voltooid deelwoord is gestonken.