Adres: waar je woont en waar je post aankomt
Een adres is de aanduiding van een plaats waar iemand woont of gevestigd is, met straat, huisnummer, postcode en woonplaats.
Je adres zegt waar je gevonden kan worden. In het digitale tijdperk heeft het woord er bovendien een nieuwe betekenis bij gekregen: het e-mailadres en het IP-adres. Let op de spelling: het Engelse *address* heeft twee d's, het Nederlandse *adres* maar één.
- Woonplaats met straat en nummer. *Wat is jouw adres?*
- Digitale locatie. *Mijn e-mailadres staat op de kaart.*
- Formeel verzoekschrift of toespraak. *Een adres aan de koning.*
- Werkwoord adresseren: een adres aanbrengen. *De brief is verkeerd geadresseerd.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het adres | het-woord |
| Meervoud | adressen | met dubbele s |
| Verkleinwoord | adresje | zelden gebruikt |
| Samenstellingen | thuisadres, e-mailadres, adreswijziging | veel gebruikt |
| Werkwoord | adresseren – adresseert – adresseerde – geadresseerd | hulpwerkwoord hebben |
Adres in een zin
- Kun je je nieuwe adres doorgeven?Alledaags; denk aan verhuizing.
- Het e-mailadres staat in de ondertekening.Samenstelling met e-mail.
- Dit is een goed adres voor sushi.Informeel; een tip of vaste plek.
Adres als tip
In spreektaal betekent *een goed adres* een goede plek om iets te halen: een bakker, restaurant of loodgieter. De uitdrukking *een goed adres voor…* is wijdverbreid. Het woord komt via het Frans (*adresse*) van het Latijn en heeft dezelfde wortel als *adresseren*. Een adres dat niet bestaat, noem je *onbekend adres*; een persoon die verhuisd is, heeft een *nieuw adres*. Een brief heeft altijd een adres nodig.
Hoeveel d's heeft adres?
Eén: a-d-r-e-s, anders dan in het Engelse address.
Wat is een IP-adres?
Een nummer dat een computer op een netwerk identificeert, zoals een postadres voor datapakketten.