Rook: damp van vuur, en ook de verleden tijd van ruiken

Rook is het mengsel van gassen en fijne deeltjes dat vrijkomt bij verbranding. Rook is ook de verleden tijd van ruiken: ik rook de bloemen.

Het woord rook is een mooie verrassing voor wie Nederlands leert. Rook kan de damp zijn die van een vuurtje opstijgt, maar ook het verleden van ruiken: gisteren rook ik rook. Wat de betekenis is, hangt af van de plek in de zin: bij vuur denk je aan de damp, bij een geur aan het ruiken.

Vormen

WerkwoordVerleden tijdVoltooid deelwoord
ruikenrookgeroken
rokenrooktegerookt
Zelfstandig naamwoordde rookGeen meervoud
SamenstellingrookmelderPiept bij rook
SamenstellingrookgordijnVerhult de waarheid

Rook in een zin

Spreekwoorden met rook

Is rook de verleden tijd van roken?

Nee. De verleden tijd van roken is rookte. Rook is de verleden tijd van ruiken.

Is gerookt hetzelfde als geroken?

Nee. Gerookt hoort bij roken, zoals in gerookte zalm. Geroken hoort bij ruiken, zoals in: ik heb gas geroken.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters