Spook: de geest die rondwaart, en de spookrijder die dat niet doet
Een spook is een geest van een overledene of een angstaanjagend bovennatuurlijk verschijnsel. Ook figuurlijk een angst, zoals het spook van de crisis.
Een spook is een geest die rondwaart, meestal 's nachts en vaak in een oud huis. Het woord leeft ook buiten het griezelverhaal: een spookrijder, een spookschrijver en een spookstad hebben niets te maken met echte spoken. Het is een vruchtbaar woord voor samenstellingen.
- Geest of schim. *In het oude kasteel zou een spook rondlopen.*
- Figuurlijk: dreigend gevaar. *Het spook van de werkloosheid.*
- Werkwoord spoken. *Het spookt in dat huis.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het spook | een het-woord |
| Meervoud | spoken | met -en |
| Verkleinwoord | spookje | vaak voor kinderen |
| Samenstelling | spookrijder | iemand die tegen het verkeer in rijdt |
| Samenstelling | spookschrijver | iemand die onder andermans naam schrijft |
Voorbeelden in een zin
- De kinderen vertelden spookverhalen bij het kampvuur.Neutraal; spookverhaal is een vast woord.
- Er is een spookrijder op de A2 gesignaleerd.Nieuwsbericht: een autobestuurder die op de verkeerde weghelft rijdt.
- Het spook van een nieuwe crisis hing in de lucht.Figuurlijk en formeel; geschreven taal.
Een spook met veel gezichten
Het woord spook is verwant aan het Duitse *Spuk*, dat hetzelfde verschijnsel aanduidt. Een geest kan vriendelijk of kwaadaardig zijn; een spook is vrijwel altijd beangstigend. Wie angst heeft voor spoken, wordt bang van elk geluid in een leeg kasteel. In het Nederlands heb je ook de *spookstad*, een verlaten stad, en de *spookschrijver*, die in stilte voor een ander schrijft.
Wat betekent het spookt?
Dat het op een onverklaarbare of angstaanjagende manier niet pluis is, vaak in een huis.
Wat is een spookrijder?
Een bestuurder die op een snelweg de verkeerde kant op rijdt; dat is levensgevaarlijk.