Smeren: van boter op brood tot 'hem smeren'

Smeren betekent een laagje van een zachte stof aanbrengen, zoals boter of zonnebrand. In spreektaal betekent 'hem smeren' ervandoor gaan.

Het werkwoord smeren kent een heel bereik, van het keukenblok tot de straat. Wie een boterham smeert, wil iets zachts gelijkmatig verdelen; wie 'm smeert, verdwijnt zo snel mogelijk. Beide betekenissen delen het idee van glijden.

Vervoeging

VormWoordOpmerking
Infinitiefsmerenhulpwerkwoord hebben
Tegenwoordige tijdhij smeertregelmatig
Verleden tijdhij smeerdeenkelvoud op -de
Voltooid deelwoordgesmeerdook: *het loopt gesmeerd*
Gebiedende wijssmeerzonder -t

Zo gebruik je het

Samenstellingen en verwanten

Van het werkwoord zijn veel woorden afgeleid: *smeerolie*, *smeerkaas*, *smeergeld* (steekpenningen) en de scheldnaam *smeerlap*. Het woord *smeer* zelf betekent vet of vuil, wat laat zien dat 'smeren' en 'vies' dichtbij elkaar liggen. Het smeer werd eeuwenlang gebruikt voor dierlijk vet. In de volksmond hoor je ook *smeerboel* voor een rommelige situatie. De uitdrukking *iemand stroop om de mond smeren* betekent vleien om iets gedaan te krijgen. Het werkwoord is regelmatig, dus je hoeft geen onregelmatige vormen te onthouden.

Waarom zeggen we 'hem smeren'?

Het is een vorm van slang: weggaan alsof je gesmeerd wegglijdt.

Is het 'gesmeerd' of 'gesmeed'?

Gesmeerd bij smeren, gesmeed bij smeden.

Is 'hem smeren' beleefd?

Nee, het is spreektaal en past niet in een formele brief.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters