Rot: bederf, versterkend voorvoegsel en een werkwoord

Rot betekent bedorven of verrot, en is ook een versterkend voorvoegsel voor onaangenaam: rotweer, rotzak. Het werkwoord rotten betekent langzaam bederven.

Rot begint bij de natuur: een appel die gaat rotten, wordt zacht en bruin. In de omgangstaal is het woord losgekomen van het fruit en werkt het als versterking: wat 'rot' is, is erg onaangenaam. Denk aan rotweer, rotstreek en rotbaan.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Bijvoeglijk naamwoordrot / rotteEen rotte appel.
InfinitiefrottenHet fruit gaat rotten.
Tegenwoordige tijd (hij)rotHet hout rot weg.
Verleden tijdrotte / rottenHet rotte snel.
Voltooid deelwoordgerotHet hout is gerot.
Samenstellingrotweer, rotzakWat een rotweer.

Voorbeeldzinnen

Rot in België en rotzooi

In Vlaanderen is rot erg gebruikelijk voor alles wat slecht of vervelend is: 'een rot gevoel', 'rot weer'. Het blijft in de omgangstaal. Ook in samenstellingen als rotzooi is het voorvoegsel merkbaar, al verwijst dat woord vooral naar rommel en rotzooi maken. Van een rotte appel bederft de hele kist: een spreekwoord dat zegt dat één slecht mens de groep kan beïnvloeden.

Is rot hetzelfde als vuil?

Niet helemaal: rot is bedorven en hoeft niet vies te zijn; vuil is iets wat niet schoon is.

Is rotten regelmatig?

Ja: rotte of rotten in de verleden tijd en gerot als voltooid deelwoord. Het hulpwerkwoord is zijn, omdat het een verandering aangeeft.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters