Pruik: nepharen op je hoofd, van toneel tot rechtszaal
Een pruik is een kunstmatige haardos die je opzet, bijvoorbeeld bij kaalheid, op het toneel of als onderdeel van een officieel kostuum.
Een pruik is een haardos die je kunt opzetten en afdoen. De Engelse tegenhanger 'wig' is zelfs een verkorting van hetzelfde Franse woord waaruit ons pruik komt. Nederlanders dragen de pruik voor toneel, carnaval of na haarverlies.
- Kunsthaar of echt haar als hoofdbedekking. *Ze zette een blonde pruik op.*
- Officieel onderdeel van een kostuum. *Advocaten dragen in Engeland nog een pruik.*
- Kostuumaccessoire. *Voor het carnaval kocht hij een regenboogpruik.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de pruik | Altijd een de-woord. |
| Meervoud | pruiken | Twee pruiken. |
| Verkleinwoord | pruikje | Klein haarstukje. |
| Samenstelling | pruikentijd | Zeventiende en achttiende eeuw. |
| Verwant | haarstuk | Kleiner deel, bijvoorbeeld van een kapper. |
Pruik in een zin
- Tijdens de voorstelling droeg ze een rode pruik.Neutraal; het theater.
- De pruik hielp haar zich weer zichzelf te voelen na de chemo.Zachter en persoonlijk; pruik is hier geen spot.
- In de pruikentijd waren pruiken een statussymbool.Historisch gebruik.
Herkomst: van perruque tot pruik
Pruik komt van het Franse *perruque*, dat zelf uit het Italiaanse *parrucca* stamt. In de zeventiende eeuw groeide de pruik uit tot een mode van de elite, eerst in Frankrijk, daarna in heel Europa. Het Engelse *periwig* en later *wig* zijn korte versies van dat Franse woord. Een kapper verzorgt pruiken en haar. Een pruik is ook onderdeel van een masker of vermomming, bijvoorbeeld in carnaval.
Is pruik een de- of het-woord?
Altijd de pruik.
Wat is de pruikentijd?
Een periode van ongeveer 1650 tot 1800 waarin pruiken algemeen waren bij de gegoede stand.