Plas: een poel, een piepklein meer en een andere betekenis
Een plas is een kleine hoeveelheid water op de grond, zoals een regenplas, of een klein meer. Ook urine heet in alledaagse taal een plas.
Een plas is meestal klein, tijdelijk en laag bij de grond. Een regenplas verdwijnt weer, maar een plas in Nederland kan ook een groot meer zijn, zoals de Loosdrechtse Plassen. Het werkwoord *plassen* betekent urineren, maar ook rondspatten in water, bijvoorbeeld wat kinderen in regenlaarzen doen. Dat contrast maakt het woord interessant.
- Kleine waterophoping. *Hij sprong in de plas.*
- Klein meer. *We varen over de Reeuwijkse Plassen.*
- Urine (alledaags). *Het kind moet een plas doen.*
- De Atlantische Oceaan (informeel). *Over de plas naar Amerika.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de plas | De plas is diep. |
| Meervoud | plassen | Grote plassen. |
| Verkleinwoord | plasje | Een plasje op de vloer. |
| Werkwoord | plassen | Hij plast in het toilet. |
| Samenstelling | regenplas | Spring niet in de regenplas. |
Zo gebruik je het
- Na de bui lagen er overal plassen op straat.Meervoud, neutraal.
- De kleine moet nog een plasje doen.Vertrouwelijk en kindvriendelijk.
- Ze vloog over de plas voor haar vakantie.Informeel voor de Atlantische Oceaan of de Noordzee.
Water in de taal
Plas is een oud Nederlands woord voor stilstaand water. Veel Nederlandse plassen ontstonden doordat veen werd afgegraven, zoals de Loosdrechtse Plassen. Het werkwoord *plassen* betekent urineren, maar ook rondspatten in water, bijvoorbeeld wat kinderen in regenlaarzen doen. Een vergelijkbaar woord is vijver, maar die is meestal aangelegd.
Wat is het verschil tussen plas en vijver?
Een plas ontstaat vaak vanzelf; een vijver is aangelegd.
Waar komt 'over de plas' vandaan?
Het is een vaste uitdrukking voor de oceaan tussen Europa en Amerika.