Makker: partner, kameraad en meespeler
Een makker is een kameraad, partner of metgezel, vooral in samenwerking of spel. Het woord klinkt vriendelijk en iets ouderwets.
Een makker is iemand met wie je samenwerkt of speelt. Bij kaartspellen als klaverjassen heet je tegenspeler tegenover je altijd je makker.
- Kameraad, partner. *Hij zocht een makker voor het tochtje.*
- Medespeler in een kaartspel. *Mijn makker en ik wonnen het potje.*
- Aanspreekvorm. *Kom op, makker, we gaan!*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Toelichting |
|---|---|---|
| Lidwoord | de makker | de-woord |
| Meervoud | makkers | β |
| Verkleinwoord | makkertje | vriendelijk, soms kleinerend |
| Vrouwelijk | β | geen eigen vorm; βmakkerβ geldt voor iedereen |
| Samenstelling | speelmakker | ook werkmakker |
Makker in zinnen
- Zijn makker liep voorop.Neutraal; wat ouderwets.
- Heb je een makker voor die wandeling?Informeel; vriendelijk.
- Kom maar op, makker!Aanspreekvorm; jolig of plagerig.
Makker, maatje en vriend
Een makker is minder persoonlijk dan een vriend. Je kunt een speelmakker hebben zonder intiem bevriend te zijn. Het woord komt vooral voor in vaste combinaties (*speelmakker*, *werkmakker*) en in spel, zoals bij klaverjassen of bridge. In een gezellige context klinkt het sympathiek; in zakelijke context zou je eerder *collega* zeggen. Het woord hoort bij de rij *maat*, *maatje* en *kameraad*, maar iedere term heeft een eigen sfeer. In kaartspellen als bridge noemt men de speler tegenover je ook partner; in het Nederlands kan dat evengoed makker heten. In de volksmond blijft het woord vriendelijk en geruststellend klinken.
Wat is het verschil tussen een makker en een vriend?
Een makker is meestal een tijdelijke of praktische kameraad, een vriend een diepere band.
Is makker ouderwets?
Een beetje, maar in samengestelde woorden en bij kaartspelen blijft het gangbaar.