De magiër: tovenaar, kunstenaar en een van de drie koningen

Een magiër is iemand die magie beoefent of tovert, zoals een tovenaar. In bijbelse context duiden de Magiërs op de wijzen uit het Oosten.

De magiër is een toverkundige. Het woord gaat terug op het Oud-Perzisch *maguš*, een priester, en dat zijn ook de wijzen die in het kerstverhaal de ster volgden.

Vormen

KenmerkVormToelichting
Lidwoordde magiërde-woord
Meervoudmagiërsmet trema
Vrouwelijk–geen eigen vorm; ‘tovenares’ is gangbaar
Verkleinwoordmagiërtjespottend
Verwantmagie, magischmagisch is het bijvoeglijk naamwoord

Magiër in zinnen

Spelling en herkomst

Het woord wordt geschreven met een trema: *magiër*, meervoud *magiërs*, omdat de i en ë los worden uitgesproken. Het is een leenwoord uit het Latijn *magus*, dat weer uit het Oud-Perzisch komt. Het hoort bij magie en bij *tovenaar*, maar dat woord klinkt Nederlandser. Een goochelaar is een kunstenaar die trucs vertoont; een magiër gebruikt in verhalen echte krachten. Het orakel uit de oudheid is een andere profetische figuur.

Waarom een trema in magiër?

Het trema laat zien dat de ë los van de i wordt uitgesproken: ma-gi-er.

Is een magiër hetzelfde als een tovenaar?

In het dagelijks gebruik wel, maar magiër is wat literairder en neutraler dan het sprookjesachtige tovenaar.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters