Lak: glanslaag en lak hebben aan

Lak is een glanzende beschermende verflaag voor hout, metaal of nagels. Je hoort het ook in de uitdrukking 'lak hebben aan', dat betekent: je er niets van aantrekken.

Lak is overal te vinden: op een auto, op een nagel, op een meubel. Wie 'lak heeft aan' iets, trekt zich er niets van aan en vindt het onbelangrijk. Het woord heeft dus een materiële en een figuurlijke betekenis. De glanzende laag beschermt en versiert; de uitdrukking drukt onverschilligheid uit. In een verfwinkel ligt naast verf ook lak.

Vormen van lak

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordhet lakHet lak droogt snel.
MeervoudlakkenVerschillende lakken.
SamenstellingnagellakDe nagellak is rood.
SamenstellingautolakOok: houtlak.
WerkwoordlakkenEen kastje lakken.

Lak in zinnen

Lak, lakken en zegellak

Het woord lak gaat via het Perzisch terug op het Sanskriet *laksha*, de harsachtige stof die de lakluis afscheidt. Zegellak, waarmee brieven vroeger werden gesloten, was oorspronkelijk gemaakt van zulke hars. Oude documenten dragen vaak nog zo'n rood zegel. Wie 'lak heeft aan' iets, zegt in feite dat het hem niet raakt; het is ook onbeleefd. Een nagel lakken is iets heel anders dan lak hebben aan.

Is lak een de- of het-woord?

Voor de stof meestal 'het lak'; samenstellingen als nagellak zijn 'de'.

Is 'lak hebben aan' netjes?

Nee, het is informeel en kan brutaal klinken.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters