Kruiden: smaakmakers en werkwoord in één
Kruiden zijn plantendelen die gedroogd of vers voor smaak of geneeskracht worden gebruikt; kruiden is ook het werkwoord voor het toevoegen daarvan.
Kruiden doen twee dingen: het zijn smaakmakers, en je kunt er iets mee doen. Wat je kruidt, is daarna gekruid, en een kruidenier verkocht ze vroeger allemaal. In de keuken gebruik je beide betekenissen dagelijks.
- Planten of plantendelen voor smaak (meervoud). *Verse kruiden maken de soep af.*
- Smaak geven (werkwoord). *Hij kruidt het vlees met peper en tijm.*
- Geneeskrachtige planten. *Oma maakte thee van kruiden uit de tuin.*
Vormen en vervoeging
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Meervoud van kruid | kruiden | de kruiden |
| Infinitief | kruiden | kruiden toevoegen |
| Tegenwoordige tijd (hij) | kruidt | zij kruidt |
| Verleden tijd | kruidde | hij kruidde |
| Voltooid deelwoord | gekruid | heeft gekruid |
| Bijvoeglijk | gekruid | gekruide thee |
Voorbeelden in zinnen
- Voeg de kruiden pas op het eind toe.Keukentaal, het meervoud.
- Ze kruidde de soep met een beetje peper en zout.Het werkwoord gebruikt hebben als hulpwerkwoord.
- De kruiden uit de moestuin ruiken heerlijk.Een plek-zin met neutrale toon.
Van kruiden naar kruidenier
De kruidenier was oorspronkelijk de verkoper van kruiden en specerijen; later werd het de gewone winkelier die levensmiddelen verkocht. In Vlaanderen en Nederland is *kruidenierswinkel* nog altijd een bekend woord. Het werkwoord is zwak: de verleden tijd is *kruidde*, want de stam *kruid* eindigt op een d en heeft de uitgang -de nodig.
Is het gekruid of gekruidt?
Gekruid. Een voltooid deelwoord eindigt niet op -dt als de stam al op een d eindigt.
Wat is het verschil tussen kruiden en specerijen?
Kruiden komen van blad en stengel, specerijen van zaad, schors of wortel; in het dagelijks leven loopt het door elkaar.