Kruiden: smaakmakers en werkwoord in één

Kruiden zijn plantendelen die gedroogd of vers voor smaak of geneeskracht worden gebruikt; kruiden is ook het werkwoord voor het toevoegen daarvan.

Kruiden doen twee dingen: het zijn smaakmakers, en je kunt er iets mee doen. Wat je kruidt, is daarna gekruid, en een kruidenier verkocht ze vroeger allemaal. In de keuken gebruik je beide betekenissen dagelijks.

Vormen en vervoeging

VormWoordVoorbeeld
Meervoud van kruidkruidende kruiden
Infinitiefkruidenkruiden toevoegen
Tegenwoordige tijd (hij)kruidtzij kruidt
Verleden tijdkruiddehij kruidde
Voltooid deelwoordgekruidheeft gekruid
Bijvoeglijkgekruidgekruide thee

Voorbeelden in zinnen

Van kruiden naar kruidenier

De kruidenier was oorspronkelijk de verkoper van kruiden en specerijen; later werd het de gewone winkelier die levensmiddelen verkocht. In Vlaanderen en Nederland is *kruidenierswinkel* nog altijd een bekend woord. Het werkwoord is zwak: de verleden tijd is *kruidde*, want de stam *kruid* eindigt op een d en heeft de uitgang -de nodig.

Is het gekruid of gekruidt?

Gekruid. Een voltooid deelwoord eindigt niet op -dt als de stam al op een d eindigt.

Wat is het verschil tussen kruiden en specerijen?

Kruiden komen van blad en stengel, specerijen van zaad, schors of wortel; in het dagelijks leven loopt het door elkaar.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters