Krediet: vertrouwen in geld uitgedrukt
Krediet is de mogelijkheid om geld te lenen of nu te kopen en later te betalen; figuurlijk ook vertrouwen of goede naam.
Krediet is geld dat je krijgt op vertrouwen. Het woord komt van het Latijnse credere, geloven, en dat verklaart waarom krediet in feite een belofte is. Een bank of winkel gelooft dat je later betaalt.
- Geleend geld of uitgesteld betalen. *Ze kocht de bank op krediet.*
- Beschikbaar leenbedrag. *Zijn krediet bij de bank is bijna op.*
- Vertrouwen of goede naam. *Door die fout verloor hij zijn krediet bij de collega's.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Woordsoort | zelfstandig naamwoord, onzijdig | het krediet |
| Meervoud | kredieten | verschillende kredieten |
| Verkleinwoord | kredietje | een kredietje |
| Samenstelling | kredietkaart | een kredietkaart |
| Verwant | crediteur | de crediteur |
Voorbeelden in zinnen
- Op krediet kopen is verleidelijk maar kost rente.Gebruikelijk, met een waarschuwende ondertoon.
- De bank verleende hem een lening en een krediet.Zakelijk.
- Hij heeft veel krediet opgebouwd door zijn eerlijkheid.Figuurlijk, in de zin van aanzien.
Krediet, crediteur en debiteur
In de boekhouding staan *debet* en *credit* tegenover elkaar. Wie krediet verleent, wordt crediteur; wie het ontvangt, is debiteur. Een schuld is wat je moet terugbetalen. Het woord krediet wordt in het Nederlands met k geschreven; credit blijft in Engelse of financiële termen staan. Wie een kredietkaart gebruikt, leent eigenlijk elke maand tijdelijk geld van de uitgever, tot de rekening wordt vereffend. Daarom is het verstandig het verschil tussen krediet en inkomen goed in de gaten te houden.
Wat is het verschil tussen krediet en lening?
Een lening is een vast bedrag; krediet is een beschikbare ruimte waarin je kunt opnemen.
Wat is het meervoud van krediet?
Kredieten, met klemtoon op de tweede lettergreep.