Kostuum: pak, uitdossing of verkleedkleren

Een kostuum is een pak met jasje en broek, of de kleding die een acteur of verklede persoon draagt.

Een kostuum is een gecoördineerde outfit. In Vlaanderen is het gewoon een herenpak, in Nederland denk je eerder aan carnaval of het toneel. Het woord leert ons dus iets over regionale verschillen.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Woordsoortzelfstandig naamwoord, onzijdighet kostuum
Meervoudkostuumsdrie kostuums
Verkleinwoordkostuumpjeeen kostuumpje
Samenstellingbadkostuumeen badkostuum
Samenstellingkostuumdramaeen kostuumdrama

Voorbeelden in zinnen

Kostuum, pak en gewoonte

Kostuum komt van het Italiaanse *costume*, gewoonte, dat via het Frans in het Nederlands kwam. Hetzelfde woord is in het Engels *custom* en *costume*: het is de kleding die bij een gewoonte of rol hoort. In Nederland zeg je voor een jasje met broek pak, in België *kostuum*. Een masker is een aanvulling bij een feestkostuum. Let ook op de uitspraak: de klemtoon valt op de tweede lettergreep, kos-TUUM, en de uu klinkt lang. In de modewereld heet een dameskostuum met rok en jasje ook wel een mantelpak, een woord dat vooral in Nederland gangbaar is.

Is een kostuum hetzelfde als een pak?

In Vlaanderen wel; in Nederland is een kostuum vaker een verkleedoutfit.

Wat is het meervoud van kostuum?

Kostuums. Het woord wordt niet uitgebreid met -en.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters