Haast: wanneer je geen tijd te verliezen hebt
Haast is de drang om iets snel te doen, vaak omdat de tijd dringt. Als bijwoord betekent haast ook bijna.
Wie haast heeft, kijkt voortdurend op zijn horloge. Het woord werkt in twee richtingen: als zelfstandig naamwoord is het de drang om snel te zijn, als bijwoord betekent het bijna. Haast hangt nauw samen met spoed: spoed is gericht op de zaak, haast op de persoon.
- Drang tot snelheid. *Ik heb haast.*
- Bijna (bijwoord). *Het is haast niet te geloven.*
- Haast maken. *Maak haast, we zijn laat.*
- Snel handelen. *Hij deed alles in haast.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Zelfstandig | de haast | grote haast |
| Bijwoord | haast | haast klaar |
| Werkwoord | haasten | zich haasten |
| Verleden tijd | haastte zich | ze haastte zich naar huis |
| Bijvoeglijk | haastig | een haastige beslissing |
Zo gebruik je het
- Ik heb haast, tot straks!Informeel; haast hebben is de vaste combinatie.
- Het is haast onmogelijk om dat te halen.Hier is haast een bijwoord: bijna, vrijwel.
- Hij ging haastig de deur uit.Haastig is het bijvoeglijk naamwoord of bijwoord van haast.
Haast met een tweede leven
Let op: het bijwoord *haast* is wat ouder en literair; in de omgangstaal zegt men vaker *bijna*. De vaste uitdrukking *haastige spoed is zelden goed* waarschuwt dat wie te snel werkt, fouten maakt. Een tempo kan hoog zijn zonder haast: haast is het gevoel dat je moet opschieten, tempo is de snelheid zelf.
Is haast hebben hetzelfde als haast maken?
Haast hebben is zelf gehaast zijn, haast maken is een ander aansporen of zelf opschieten.
Wat is het verschil tussen haast en bijna?
Ze betekenen hetzelfde, maar haast klinkt formeler en iets ouderwets.