Haast: wanneer je geen tijd te verliezen hebt

Haast is de drang om iets snel te doen, vaak omdat de tijd dringt. Als bijwoord betekent haast ook bijna.

Wie haast heeft, kijkt voortdurend op zijn horloge. Het woord werkt in twee richtingen: als zelfstandig naamwoord is het de drang om snel te zijn, als bijwoord betekent het bijna. Haast hangt nauw samen met spoed: spoed is gericht op de zaak, haast op de persoon.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Zelfstandigde haastgrote haast
Bijwoordhaasthaast klaar
Werkwoordhaastenzich haasten
Verleden tijdhaastte zichze haastte zich naar huis
Bijvoeglijkhaastigeen haastige beslissing

Zo gebruik je het

Haast met een tweede leven

Let op: het bijwoord *haast* is wat ouder en literair; in de omgangstaal zegt men vaker *bijna*. De vaste uitdrukking *haastige spoed is zelden goed* waarschuwt dat wie te snel werkt, fouten maakt. Een tempo kan hoog zijn zonder haast: haast is het gevoel dat je moet opschieten, tempo is de snelheid zelf.

Is haast hebben hetzelfde als haast maken?

Haast hebben is zelf gehaast zijn, haast maken is een ander aansporen of zelf opschieten.

Wat is het verschil tussen haast en bijna?

Ze betekenen hetzelfde, maar haast klinkt formeler en iets ouderwets.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters