Gezin of familie: wie hoort er allemaal bij?
Een gezin is een groep die samen woont: ouders of verzorgers met hun kinderen. Familie is breder, met ook grootouders, ooms en tantes.
Een gezin is het huishouden van ouders en hun kinderen. Het woord is nauwer dan familie: het gaat om wie onder één dak leeft en samen het dagelijks leven deelt. In beleid en statistiek is gezin dan ook een belangrijke eenheid.
- Ouders met kinderen. *Zij hebben een gezin van vijf personen.*
- Huishouden (breder). *Een eenoudergezin of samengesteld gezin.*
- Een gezin stichten. *Zij wilden jong een gezin stichten.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het gezin | Het-woord. |
| Meervoud | gezinnen | Veel gezinnen. |
| Verkleinwoord | gezinnetje | Klein gezin. |
| Samenstelling | eenoudergezin | Een ouder met kinderen. |
| Samenstelling | gezinsleven | De dagelijkse sfeer thuis. |
Gezin in een zin
- Het gezin eet altijd samen.Neutraal; de huisgenoten.
- Ze komen uit een groot gezin.Veel kinderen; vaak met warm gevoel, maar ook neutraal bedoeld.
- Er is steun voor gezinnen met lage inkomens.Beleidstaal.
Gezin, familie en herkomst
Het woord gezin gaat terug op het Middelnederlandse *gesin*, dat gezelschap of gevolg betekende. De verwantschap met het Duitse *Gesinde* is duidelijk. Het onderscheid met familie is belangrijk: een gezin is de kleinste leefeenheid, familie omvat alle verwanten. Iedere moeder en ieder kind kan tot een gezin behoren, maar ook stiefouders, pleegkinderen of alleenstaanden met kinderen. In beleid en statistiek is het gezin de basis, bijvoorbeeld bij kinderbijslag.
Is gezin hetzelfde als familie?
Nee. Een gezin woont bij elkaar, familie omvat alle verwanten, ook als ze ver weg wonen.
Wat is een samengesteld gezin?
Een gezin waarin kinderen uit eerdere relaties samen opgroeien, ook bekend als stiefgezin.