Fris: koel, fit en een blikje frisdrank
Fris betekent verfrissend koel, zuiver of fit. Als zelfstandig naamwoord is een fris ook een glas frisdrank.
Het woord fris beschrijft alles wat koel, zuiver en energiek aanvoelt. Je hoort het in de ochtendlucht, in een glas koud water of in een fris idee: telkens draait het om verlichting en vernieuwing. Het is verwant aan het Engelse *fresh* en het Duitse *frisch*. Zoals bij lucht kan het ook over het weer gaan.
- Koel en verfrissend. *Een frisse wind.*
- Fit en uitgerust. *Ik voel me weer fris.*
- Nieuw of origineel. *Een frisse aanpak.*
- Frisdrank (zelfstandig). *Wil je een fris?*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Stellende trap | fris | De lucht is fris. |
| Verbogen vorm | frisse | Een frisse wind. |
| Vergrotende trap | frisser | Het wordt frisser. |
| Overtreffende trap | frist | De frisste dag. |
| Zelfstandig | het fris | Doe maar een fris. |
Fris in een zin
- Het was een frisse ochtend.Bijvoeglijk met verbuiging.
- Ze zag er na de vakantie fris uit.Betekent: fit en uitgerust.
- Heb je ook iets fris te drinken?Spreektaal: *iets fris* is een koude, niet-alcoholische drank.
Fris, koud en fit
- Fris is koel op een aangename manier, niet echt koud.
- Koud is onaangenaam of echt kil.
- Fit wordt voor mensen gebruikt, *fris* voor mensen én de lucht.
- Frisdrank is de gewone naam voor een niet-alcoholische drank; *een fris* is de spreektaalvorm.
Wat is de overtreffende trap van fris?
Predicatief is dat *frist* (*het is hier het frist*), voor een zelfstandig naamwoord verbogen *frisste*: *de frisste wind*.
Is fris altijd positief?
Meestal wel, maar bij het weer kan het ook ‘nogal koud’ betekenen: *het is fris buiten*.