Fris: koel, fit en een blikje frisdrank

Fris betekent verfrissend koel, zuiver of fit. Als zelfstandig naamwoord is een fris ook een glas frisdrank.

Het woord fris beschrijft alles wat koel, zuiver en energiek aanvoelt. Je hoort het in de ochtendlucht, in een glas koud water of in een fris idee: telkens draait het om verlichting en vernieuwing. Het is verwant aan het Engelse *fresh* en het Duitse *frisch*. Zoals bij lucht kan het ook over het weer gaan.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Stellende trapfrisDe lucht is fris.
Verbogen vormfrisseEen frisse wind.
Vergrotende trapfrisserHet wordt frisser.
Overtreffende trapfristDe frisste dag.
Zelfstandighet frisDoe maar een fris.

Fris in een zin

Fris, koud en fit

Wat is de overtreffende trap van fris?

Predicatief is dat *frist* (*het is hier het frist*), voor een zelfstandig naamwoord verbogen *frisste*: *de frisste wind*.

Is fris altijd positief?

Meestal wel, maar bij het weer kan het ook ‘nogal koud’ betekenen: *het is fris buiten*.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters