Fout: een vergissing, een foute keuze en een historische lading
Een fout is een vergissing, onjuistheid of tekortkoming. Als bijvoeglijk naamwoord betekent fout: onjuist of verkeerd.
Een fout is iets wat niet klopt of niet had moeten gebeuren. In Nederland en Vlaanderen kreeg het woord tijdens de Tweede Wereldoorlog een extra betekenis: ‘fout’ zijn betekende met de Duitse bezetter samenwerken, en wie ‘foute’ vrienden had, stond in een kwaad daglicht. Het woord kan zowel zelfstandig (*een fout*) als bijvoeglijk (*dat is fout*) worden gebruikt.
- Vergissing of onjuistheid. *Een fout in de som.*
- Bijvoeglijk: onjuist. *Het antwoord is fout.*
- Moreel verkeerd (ook historisch). *Foute vrienden.*
- Tekortkoming of defect. *Een fout in het apparaat.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de fout | De fout is hersteld. |
| Meervoud | fouten | Veel fouten. |
| Verkleinwoord | foutje | Een klein foutje. |
| Bijvoeglijk | fout / foute | Een foute keuze. |
| Bijwoord | foutief | Foutief ingevuld. |
Fout in een zin
- Er zit een fout in de berekening.Zakelijk, neutraal.
- Dat was een foute inschatting.Bijvoeglijk gebruik, met -e bij een de-woord.
- Hij maakte weinig fouten.Meervoud van het zelfstandig naamwoord.
Fout, foutje en defect
- Fout is algemeen: een afwijking van het juiste.
- Foutje is een klein, vaak onschuldig gebrek, bijvoorbeeld een typfoutje.
- Defect is een technische storing; zie defect.
- Schuld is verantwoordelijkheid voor een fout; zie schuld.
Wat betekent ‘foute’ vriend?
Het kan een vriend zijn met een slechte reputatie of, historisch, iemand die met de bezetter samenwerkte.
Wat is het verschil tussen fout en vergissing?
Een *vergissing* komt door onoplettendheid; een *fout* is breder en kan ook door onkunde komen.