Ego: het ik, en ook een flinke dosis eigenwaarde
Het ego is het 'ik' van een mens, het besef van het eigen zelf. In spreektaal betekent een groot ego: veel zelfvertrouwen of ijdelheid.
Het ego is het deel van jou dat zegt: dit ben ik. Een gezond ego is nodig, een te groot ego staat je in de weg. Het woord komt uit het Latijn en is via de psychologie in het Nederlands gekomen.
- Het zelf of ik. *Zijn ego was gekwetst.*
- Eigenwaarde of ijdelheid. *Hij heeft een groot ego.*
- In de psychologie. *Het ego bemiddelt tussen drift en geweten.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het ego | Het ego is gekwetst. |
| Meervoud | ego's | Grote ego's. |
| Afleiding | egoïst, egoïsme | Eigenbelang. |
| Samenstelling | alter ego, egotrip | Tweede ik; zelfgerichte actie. |
Ego in een zin
- Dat commentaar was een klap voor zijn ego.Informeel; gekwetst gevoel.
- Een goede leider laat zijn ego thuis.Figuurlijk: bescheiden zijn.
- Dit karakter is haar alter ego.Een tweede, verborgen identiteit.
Herkomst en Freud
Het woord komt uit het Latijn: *ego* betekent 'ik'. In de psychoanalyse van Sigmund Freud staat het ego tussen het instinctieve 'id' en het moraliserende 'superego'. Freud schreef overigens 'das Ich'; de Latijnse term kwam pas in de Engelse vertaling. Een egoïst denkt vooral aan zichzelf, en zijn ego strelen betekent: hem laten voelen dat hij belangrijk is. Verwant is het begrip eer: wie zijn ego beschermt, verdedigt vaak ook zijn eer.
Wat is het meervoud van ego?
Ego's, met apostrof.
Is ego negatief?
Niet per se. Het is een neutraal woord, maar 'een groot ego' klinkt kritisch.