Eer: een woord waar iemand zijn naam aan verbindt
Eer is het goede aanzien dat je geniet en het gevoel van waardigheid dat daarbij hoort. Het woord komt ook voor in vaste uitdrukkingen als ter ere van.
Het woord eer staat voor het aanzien dat iemand heeft. Eer wie eer toekomt: wie iets verdient, krijgt de erkenning. Het begrip speelt in rechtspraak, sport, familie en geloof een rol.
- Aanzien of waardering. *Hij kreeg de eer voor het ontwerp.*
- Gevoel van waardigheid. *Het is een kwestie van eer.*
- Voorrecht. *Het is mij een eer u te ontmoeten.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de eer | De eer is aan jou. |
| Meervoud | eren (zeldzaam) | vooral in ere- |
| Samenstelling | erelid, eerbetoon | Een eretitel. |
| Werkwoord | eren | ik eer, ik eerde, ik heb geëerd |
Eer in een zin
- Het is een eer dat u hier vandaag bent.Formeel en hoffelijk.
- Wij vieren het feest ter ere van de jarige.Vaste verbinding.
- Hij kwam het weer goedmaken, om zijn eer te redden.Spreektaal.
Eer, eerste en de oude betekenis
In oudere taal betekende *eer* ook 'eerder' of 'voordat': *eer ik het vergeet* is een vaste, wat plechtige uitdrukking. Het woord *eerste* is verwant aan dit *eer*; het betekent letterlijk 'het vroegst'. Daarnaast bestaat het zelfstandig naamwoord *eer* dat met eed samen genoemd wordt als het gaat om woord houden. Een erelid heeft geen speciale rechten maar wel veel aanzien. Het verschil met het Engelse *ear* (oor) bestaat nauwelijks in uitspraak maar niet in betekenis.
Wat is het meervoud van eer?
Het meervoud komt zelden voor; je spreekt meestal van 'eerbewijzen'.
Wat betekent 'eer wie eer toekomt'?
Geef iemand de erkenning die hij verdient.