Dom: dwaas, domkerk en 'dom geluk'

Dom is een bijvoeglijk naamwoord voor iemand die weinig verstand toont. Als zelfstandig naamwoord is de dom een grote kerk, zoals de Domtoren in Utrecht.

Het woord dom heeft twee onafhankelijke levens. Een domme vraag kun je stellen in een dom gebouw, zonder dat de twee woorden iets met elkaar te maken hebben. Het bijvoeglijk naamwoord is Germaans, het zelfstandig naamwoord Latijns.

Vormen

TrapVormVoorbeeld
Stellende trapdom, dommeeen domme fout
Vergrotende trapdommernog dommer
Overtreffende trapdomstde domste vraag
Zelfstandigde dom, de domende Domtoren

Dom in een zin

Dom, domkop en dominee

Het bijvoeglijk naamwoord *dom* heeft een Germaanse oorsprong en betekent 'zonder verstand'. De kathedraal-dom komt via het Duits uit het Latijnse *domus (Dei)*, 'huis (van God)'. De titel *dominee* komt uit het Latijnse *dominus*, 'heer', en is dus een derde verhaal. Een domkop of domoor is een scheldwoord; wie dat zegt, kan iemand beledigen. Gebruik 'dom' alleen met zorg over mensen.

Is dom een scheldwoord?

Het kan kwetsend klinken als je het over een persoon zegt. Zeg liever 'onhandig' of 'onverstandig'.

Wat is de overtreffende trap van dom?

Domst.

Wat is de Dom?

Een kathedraal; in Nederland meestal de Domkerk of Domtoren in Utrecht.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters