Dek: van schip, kaartspel en tafel

Een dek is een bedekkende laag, vooral de horizontale vloer op een schip. In kaartspellen betekent het de stapel kaarten, en in dekken ook de handeling van bedekken.

Het dek is wat je bedekt. Op een schip is het de vloer waarop de bemanning werkt; in de uitdrukking 'alle hens aan dek' roept de kapitein iedereen op om te helpen. Het woord is oud en heeft een buitenlandse carrière gehad.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordhet dekHet dek is nat.
MeervouddekkenTwee dekken.
VerkleinwoorddekjeEen dekje over de stoel.
Werkwoorddekkenik dek, ik dekte, ik heb gedekt

Dek in een zin

Een Nederlands woord in het Engels

Het Engelse *deck* is in de vijftiende eeuw uit het Middelnederlands *dec* geleend, een mooi voorbeeld van een scheepswoord dat de zee overstak. Het werkwoord *dekken* heeft meer betekenissen: een tafel dekken, een schuld dekken, een dier dekken en verdedigen (*de spits dekken*). Verwante woorden zijn dak en dekking, want alles wat bedekt, beschermt. Op een groot schip zijn er vaak meerdere dekken.

Wat is het verschil tussen dek en deken?

Een dek bedekt een schip of constructie; een deken bedekt jou in bed.

Wat betekent 'alle hens aan dek'?

Iedereen moet meehelpen.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters