Citeren: precies overnemen wat een ander zei
Citeren is de woorden van iemand anders letterlijk aanhalen, meestal met bronvermelding. Het is een basisvaardigheid bij schrijven en studeren.
Wie citeert, geeft de woorden van een ander ongewijzigd weer. Een citaat staat tussen aanhalingstekens en krijgt altijd een bron. Dat is niet alleen beleefd, maar ook noodzakelijk om plagiaat te voorkomen.
- Letterlijk aanhalen. *De journalist citeerde de minister.*
- Naar voren brengen als bewijs. *Hij citeerde een rapport.*
- Voor het gerecht oproepen (verouderd). *Iemand citeren om te verschijnen.*
Vervoeging
| Vorm | Tekst | Opmerking |
|---|---|---|
| infinitief | citeren | hulpwerkwoord: hebben |
| tegenwoordige tijd | hij citeert | onscheidbaar |
| verleden tijd | citeerde | zwak werkwoord |
| voltooid deelwoord | geciteerd | met ge- |
| zelfstandig nw. | het citaat | meervoud citaten |
Zo gebruik je het
- Ze citeerde een zin uit het boek.Studeren.
- Mag ik u even citeren?Beleefd, journalistiek.
- De geciteerde passage staat op bladzijde 12.Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.
Citeren en parafraseren
Het werkwoord komt uit het Latijn *citare*, 'oproepen' of 'aanhalen'. Een citaat staat tussen aanhalingstekens, terwijl je bij parafraseren de inhoud met eigen woorden weergeeft. Vergeet in beide gevallen de bron niet. Een spreuk of gezegde mag je ook citeren, maar vaak weet niemand waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Let op de spelling: je schrijft *citeren* met een c, ook al klinkt het als *s*.
Wat is het verschil tussen citeren en parafraseren?
Citeren is letterlijk, parafraseren is met eigen woorden.
Hoe citeer je in een werkstuk?
Zet het citaat tussen aanhalingstekens en geef de bron, bijvoorbeeld volgens APA.
Mag je een deel van een zin citeren?
Ja, mits je de betekenis niet vervormt.