Bil: de achterkant van je zitvlak
De bil is een van de twee ronde, gespierde helften aan de achterkant van het lichaam, boven de dijen. Het woord is neutraal, al klinken veel uitdrukkingen informeel.
De bil is een gewoon anatomisch woord dat vaak voor een grijns zorgt. Wie met de blote billen in de brandnetels zit, is in problemen geraakt die hij zelf had kunnen voorzien. Dat beeld kent vrijwel iedere Nederlandstalige.
- Lichaamsdeel. *De baby kreeg een luier om zijn billen.*
- Vleesstuk. *De slager snijdt de bil van het kalf aan plakken.*
- In samenstellingen. *Bilspier, bilnaad, billenkoek.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de bil | Altijd een de-woord. |
| Meervoud | billen | Meestal in het meervoud gebruikt. |
| Verkleinwoord | billetje | Vooral voor baby's. |
| Samenstelling | bilspier, billenkoek | Billenkoek: tik op de billen. |
Bil in een zin
- De fysiotherapeut masseerde de spieren van haar bil.Medisch en neutraal.
- Hij kreeg als kind weleens billenkoek.Verouderde opvoedtaal, nu vaak grappend.
- De bil van het varken is mager vlees.Slagerstaal voor een stuk uit de achterhand.
Uitdrukkingen met billen
- Met de blote billen in de brandnetels zitten: in lastige problemen zitten.
- Billenkoek geven: een tik op de billen geven.
- Op je billen vallen: op je zitvlak vallen, ook figuurlijk een tegenvaller hebben.
- Zitvlak: het nette woord voor de plek waar je op zit.
Is bil een scheldwoord?
Nee, het is gewoon een lichaamsdeel. Dat veel mensen erom grinniken, komt door de uitdrukkingen.
Welk woord gebruik je in een formele tekst?
Gebruik 'bil' of 'zitvlak'. Woorden als 'kont' en 'reet' zijn informeel en kunnen als grof overkomen.