Big: een jong varken, geen Engels 'groot'
Een big is een jong varken, een biggetje. Het Engelse 'big' betekent groot en is dus een valse vriend; als leenwoord komt het voor in big data en big business.
Een big is een biggetje, een jong varken. Het Engelse 'big' betekent groot, terwijl een Nederlandse big juist klein en roze is. Dat contrast maakt het woord een klassiek voorbeeld van een valse vriend.
- Jong varken. *De zeug kreeg tien biggen.*
- Werkwoord: biggen (van een zeug). *De zeug bigt volgende week.*
- Engels leenwoord (in samenstellingen). *Big data, big business.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de big | De big knort. |
| Meervoud | biggen | Zes biggen. |
| Verkleinwoord | biggetje | Een roze biggetje. |
| Werkwoord | biggen | ze bigt, ze bigde, ze heeft gebigd |
Big in een zin
- De boer voerde de biggen met de fles.Landbouwtaal, neutraal.
- Wat een schattig biggetje!Het verkleinwoord is het gangbaarst in spreektaal.
- Het bedrijf werkt met big data.Engels leenwoord; in Nederlandse zinnen gewoon geaccepteerd.
Big en biggelen
De moeder van een big is een zeug; samen horen ze bij het vee op het boerenbedrijf. Vlaamse en Nederlandse boeren gebruiken *big* en *biggetje* op dezelfde manier. Let op het werkwoord *biggelen*: dat betekent 'in druppels langs iets stromen' ('tranen biggelen over haar wangen') en heeft met het jonge dier niets te maken. Wil je het Engelse *big* vertalen, kies dan *groot*; voor het Nederlandse *big* is het Engels *piglet*. Een nest biggen heet ook wel een worp, en een volwassen vrouwtjesvarken dat biggen krijgt noem je een zeug. Het verkleinwoord biggetje is in kinderverhalen zeer geliefd.
Wat is het meervoud van big?
Biggen.
Hoe zeg je 'big' in het Nederlands?
Groot, als je het Engelse bijvoeglijk naamwoord bedoelt.
Is big een de- of het-woord?
De big.