Op bezoek: een gast, een visite of een rondgang

Bezoek is het komen of gaan naar iemand of iets, en ook de mensen die bij jou op bezoek zijn. Het werkwoord is bezoeken.

Bezoek is zowel de handeling als de gast zelf. Zeg je: ik heb bezoek, dan bedoel je dat er iemand in huis is, terwijl je met een bezoek aan het museum de handeling zelf bedoelt. Het ligt dicht bij visite en gast.

Vormen

KenmerkVormOpmerking
Lidwoordhet bezoekonzijdig
Meervoudbezoekenook het werkwoord
Werkwoordbezoekenbezoekt, bezocht, bezocht
Persoonbezoekerbezoekster, vrouwelijk
Samenstellingbezoekuur, bezoekadresook ziekenbezoek

Zo gebruik je het

Op bezoek en visite

Op bezoek gaan is de gewone uitdrukking. Visite klinkt ouder en wordt vooral gebruikt in zinnen als visite hebben of een visite brengen. Een arts loopt visite in het ziekenhuis: hij bezoekt zijn patiënten op de afdeling. Merk op dat bezoek in het enkelvoud ook meerdere personen kan aanduiden. Daarom zeg je er is bezoek, niet er zijn bezoeken, tenzij je meerdere keren bedoelt.

Is bezoek enkelvoud of meervoud?

Het is een enkelvoudig woord dat een groep gasten kan aanduiden; het meervoud bezoeken gaat over meerdere keren.

Wat is de verleden tijd van bezoeken?

Bezocht, en het voltooid deelwoord is ook bezocht.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters