Op bezoek: een gast, een visite of een rondgang
Bezoek is het komen of gaan naar iemand of iets, en ook de mensen die bij jou op bezoek zijn. Het werkwoord is bezoeken.
Bezoek is zowel de handeling als de gast zelf. Zeg je: ik heb bezoek, dan bedoel je dat er iemand in huis is, terwijl je met een bezoek aan het museum de handeling zelf bedoelt. Het ligt dicht bij visite en gast.
- De handeling van bezoeken. *Een bezoek aan de tandarts.*
- Gasten in huis. *We hebben bezoek vanavond.*
- Aantal bezoekers. *De site had veel bezoek.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het bezoek | onzijdig |
| Meervoud | bezoeken | ook het werkwoord |
| Werkwoord | bezoeken | bezoekt, bezocht, bezocht |
| Persoon | bezoeker | bezoekster, vrouwelijk |
| Samenstelling | bezoekuur, bezoekadres | ook ziekenbezoek |
Zo gebruik je het
- Ik ga morgen op bezoek bij mijn tante.Vast patroon: op bezoek gaan of komen.
- We krijgen bezoek uit Gent.Gast of gasten, zonder meervoudsvorm.
- Het bezoek duurt maximaal een uur.Zakelijk of in een ziekenhuis.
Op bezoek en visite
Op bezoek gaan is de gewone uitdrukking. Visite klinkt ouder en wordt vooral gebruikt in zinnen als visite hebben of een visite brengen. Een arts loopt visite in het ziekenhuis: hij bezoekt zijn patiënten op de afdeling. Merk op dat bezoek in het enkelvoud ook meerdere personen kan aanduiden. Daarom zeg je er is bezoek, niet er zijn bezoeken, tenzij je meerdere keren bedoelt.
Is bezoek enkelvoud of meervoud?
Het is een enkelvoudig woord dat een groep gasten kan aanduiden; het meervoud bezoeken gaat over meerdere keren.
Wat is de verleden tijd van bezoeken?
Bezocht, en het voltooid deelwoord is ook bezocht.