Bewijs of bewijzen? Zo overtuig je iemand
Een bewijs is een feit, document of redenering waarmee je aantoont dat iets waar is. Het werkwoord is bewijzen.
Een bewijs is alles wat laat zien dat iets klopt. In de wiskunde bestaat het bewijs uit het ongerijmde: je neemt aan dat het tegendeel waar is en toont dan aan dat dat tot een onmogelijkheid leidt. In het recht werkt het anders: een getuige is bij een proces vaak het belangrijkste bewijs.
- Aantoning van de waarheid. *Er is geen bewijs voor die bewering.*
- Document of stuk. *Hij toonde zijn bewijs van inschrijving.*
- Teken of blijk. *Dit is een bewijs van vertrouwen.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het bewijs | onzijdig |
| Meervoud | bewijzen | valt samen met het werkwoord |
| Werkwoord | bewijzen | bewijst, bewees, bewezen |
| Bijvoeglijk | bewijsbaar | ook onbewijsbaar |
| Samenstelling | bewijslast, bewijsstuk | ook bewijsmateriaal |
Zo gebruik je het
- De politie heeft onvoldoende bewijs.Strafrecht en journalistiek.
- Zij bewees haar onschuld met een alibi.Hier is bewijzen het werkwoord.
- Als bewijs van betaling bewaar je de kassabon.Praktisch, administratief gebruik.
Bewijslast en bewijsstuk
In het recht draait veel om de bewijslast: wie iets beweert, moet het meestal ook kunnen aantonen. Een bewijsstuk is het document zelf, bewijs is de bredere term. Let op de vorm: het meervoud van het zelfstandig naamwoord en de infinitief van het werkwoord zijn gelijk. Je moet dus uit de context opmaken of iemand over bewijzen als dingen of als handeling praat.
Wat is bewijs uit het ongerijmde?
Een wiskundige redenering waarin je aanneemt dat het tegendeel waar is en laat zien dat dat tot een tegenstrijdigheid leidt.
Wat is het verschil tussen bewijs en bewijsstuk?
Bewijs is het geheel van aantoning; een bewijsstuk is een los document of voorwerp daarbij.