Bewijs of bewijzen? Zo overtuig je iemand

Een bewijs is een feit, document of redenering waarmee je aantoont dat iets waar is. Het werkwoord is bewijzen.

Een bewijs is alles wat laat zien dat iets klopt. In de wiskunde bestaat het bewijs uit het ongerijmde: je neemt aan dat het tegendeel waar is en toont dan aan dat dat tot een onmogelijkheid leidt. In het recht werkt het anders: een getuige is bij een proces vaak het belangrijkste bewijs.

Vormen

KenmerkVormOpmerking
Lidwoordhet bewijsonzijdig
Meervoudbewijzenvalt samen met het werkwoord
Werkwoordbewijzenbewijst, bewees, bewezen
Bijvoeglijkbewijsbaarook onbewijsbaar
Samenstellingbewijslast, bewijsstukook bewijsmateriaal

Zo gebruik je het

Bewijslast en bewijsstuk

In het recht draait veel om de bewijslast: wie iets beweert, moet het meestal ook kunnen aantonen. Een bewijsstuk is het document zelf, bewijs is de bredere term. Let op de vorm: het meervoud van het zelfstandig naamwoord en de infinitief van het werkwoord zijn gelijk. Je moet dus uit de context opmaken of iemand over bewijzen als dingen of als handeling praat.

Wat is bewijs uit het ongerijmde?

Een wiskundige redenering waarin je aanneemt dat het tegendeel waar is en laat zien dat dat tot een tegenstrijdigheid leidt.

Wat is het verschil tussen bewijs en bewijsstuk?

Bewijs is het geheel van aantoning; een bewijsstuk is een los document of voorwerp daarbij.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters