Het woord beroep heeft drie gezichten
Een beroep is een werk of vak waarmee iemand zijn brood verdient. Daarnaast betekent het een hoger beroep bij de rechter en een beroep doen op iemand.
Een beroep is het werk dat je doet om te leven, maar het woord kan ook heel iets anders betekenen. Bij de rechtbank kun je in beroep gaan, en in sommige kerken wordt een predikant beroepen, wat betekent dat de gemeente hem of haar vraagt. Daarmee hoort het bij het ambt dat iemand vervult.
- Vak of werk. *Zij heeft een beroep in de zorg.*
- Hoger beroep (recht). *De advocaat tekende beroep aan.*
- Een beroep doen op. *Ik doe een beroep op je begrip.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het beroep | onzijdig |
| Meervoud | beroepen | valt samen met de infinitief |
| Werkwoord | beroepen | beroept, beriep, beroepen |
| Bijvoeglijk | beroepsmatig | ook beroepsziekte |
| Samenstelling | beroepskeuze, beroepsgeheim | ook hoger beroep |
Zo gebruik je het
- Wat is jouw beroep?Gewone vraag in een gesprek.
- De verdachte ging in hoger beroep.Strafrecht, zowel in Nederland als in België.
- Zij beriep zich op haar beroepsgeheim.Beroepen op iets betekent het aanvoeren.
Beroep doen op en zich beroepen op
Twee vaste uitdrukkingen: een beroep doen op is om hulp of een voorziening vragen, en zich beroepen op is iets als argument aanvoeren. Het eerste gebruik je bij hulp, het tweede bij argumenten of rechten. In de Nederlandse protestantse kerken heet het aanstellen van een predikant bovendien beroepen: de gemeente beroept een predikant. Wie zijn vak uitoefent, doet dat beroeps, in tegenstelling tot de amateur.
Wat is een beroep doen op?
Dat is om hulp of medewerking vragen, bijvoorbeeld bij een vriend.
Is hoger beroep hetzelfde als cassatie?
Nee. Hoger beroep is een nieuwe behandeling van de zaak, cassatie controleert alleen of het recht juist is toegepast.