Wen: een knobbel onder de huid en 'ergens aan wennen'

Een wen is een goedaardige, vaak vettige zwelling onder de huid. Wen is ook de eerste persoon van wennen, 'gewoon raken aan'.

Een wen is een goedaardige knobbel onder de huid, meestal van vetweefsel. Wie zegt 'ik wen' heeft het echter niet over een bult, maar over het gewoonteproces: je went aan iets nieuws. Beide woorden klinken gelijk, maar horen bij verschillende families. De wen zit onder de huid, terwijl het werkwoord bij gewoonte hoort.

Wen en wennen: de vormen

VormWoordVoorbeeld
Zelfstandig naamwoordde wenEen wen op de arm.
MeervoudwennenMeerdere wennen.
Tegenwoordige tijd (ik)wenIk wen eraan.
Verleden tijdwendeZe wende eraan.
Voltooid deelwoordgewendHij is eraan gewend.

Wen in zinnen

Wennen en het Engelse 'wont'

Het werkwoord wennen hoort bij *gewend*: wie ergens aan went, wordt het gewend. In het Engels heeft het een neef in *wean*, dat oorspronkelijk 'gewend maken' betekende en nu vooral 'spenen' of 'afleren' is. Ook het Duitse *gewöhnen* hoort bij deze familie. De wen als huidbult is een apart woord. Medisch heet zo'n bult meestal een lipoom, omdat hij uit vetweefsel bestaat.

Is een wen gevaarlijk?

Meestal niet: een wen is goedaardig. Laat een snel groeiende of pijnlijke knobbel wel door een arts beoordelen.

Hoe schrijf je het voltooid deelwoord van wennen?

Gewend, met een d: 'ik ben eraan gewend'. Het deelwoord wordt ook als bijvoeglijk naamwoord gebruikt.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters